|
|
Ondersoorten
Bij de zwartoorpapegaai worden de volgende ondersoorten onderscheiden:
-
Zwartoorpapegaai -
Pionus menstruus menstruus
-
Reichenow zwartoorpapegaai - Pionus
menstruus reichenowi
-
Roodkeel zwartoorpapegaai - Pionus
menstruus rubrigularis
Uiterlijke kenmerken en geslachtsonderscheid
Zwartoorpapegaai (Pionus
menstruus menstruus)
Formaat:
28 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:Tussen
beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De enige
manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van endoscopisch-
en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
De zwartoorpapegaai is overwegend groen van kleur. De kop en de
bovenzijde van de borst zijn intensief blauw. De vogels bezitten verder
een zwarte oorvlek. De onderstaartdekveren zijn rood. De snavel is
zwart, naar de zijkanten toe roodachtig van kleur. De naakte oogring is
grijs, de iris donkerbruin en de poten zijn grijs.
Roodkeel zwartoorpapegaai (Pionus
menstruus rubrigularis)
Formaat:
27 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:Tussen
man en pop is uiterlijk geen waarneembaar verschil. Om zekerheid te
verkrijgen over het geslacht van de vogels is endoscopisch- en of DNA
(veer)onderzoek aan te raden cq. noodzakelijk.
Man en pop:
Deze ondersoort lijkt op de nominaatvorm maar de blauwe bevedering is in
zijn geheel duidelijk bleker van kleur. De groene bevedering is
daarentegen donkerder van kleur.
Reichenow zwartoorpapegaai (Pionus
menstruus reichenowi)
Formaat:
26 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:Tussen
beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De enige
manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van endoscopisch-
en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
De Reichenow zwartoorpapegaai lijkt op de nominaatvorm maar de blauwe
veervelden zijn in het geheel intensiever van kleur. Alle groene
veervelden zijn bij deze soort duidelijk blauw getekend waardoor
P. M. reichenowi
op een blauwe versie van
P. m. menstruus
lijkt. De snavel is geheel zwart en niet, zoals bij de nominaatvorm, aan
de zijkanten roodachtig.
Herkomst en leefwijze van de zwartoorpapegaai
P. m. menstruus
heeft zijn verspreidingsgebied in Colombia, Oost-Equador, Oost-Peru
zuidwaarts tot Zuid-Brazilië en Noord-Bolivia. Verder komt hij nog voor
in Trinidad.
P. m. rubrigularis
heeft zijn verspreidingsgebied van Costa Rica tot aan West-Colombia en
West-Equador.
P. m. reichenowi
komt voor langs de kustgebieden van Noordoost-Brazilië.
Buiten de broedperiode leven de vogels in kleine groepen en zwermen tot
100 vogels. Ze houden zich voornamelijk op in bosgebieden en in gebieden
met boombestanden tot 600 meter hoogte. Hun voedsel bestaat in hoofdzaak
uit vruchten (wilde vijgen), noten, bessen en zaden die ze in de bomen
en struiken vinden. Regelmatig bezoeken ze bepaalde plaatsen in hun
leefgebied om mineraalhoudende aarde te eten.
De voeding van pionussen
De dagelijkse voeding voor pionussen dient grofweg uit drie (gelijke)
delen te bestaan:
1.
een goed (grof)zaadmengsel voor (grote) parkieten eventueel aangevuld
met maïskolven in halfrijpe toestand.
2.
een mengsel van kiemzaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in een
verhouding van 2:1:1. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier het eivoer
en het universeelvoer door gemengd worden. Verder is het verstandig twee
keer per week, ondanks dat de vogels er ook vrij over moeten kunnen
beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpengrit door het kiemzaad
te mengen.
3.
een mengsel van fruit (druiven, sinaasappel, banaan, kiwi, vijgen,
kersen, appel, peer, sinaasappel, lijsterbes, pruimen, rozenbottel e.d.)
en groenten en onkruiden (o.a. wortel, spinazie, tomaat, witlof,
andijvie, muur, paardebloem e.d.).
Verder dienen de vogels altijd de beschikking te hebben over
vogelmineralen, grit, scherpe maagkiezel en sepia. Daarnaast dient
dagelijks vers drinkwater aangeboden te worden waaraan eenmaal per week
een multivitamine kan worden toegevoegd. Ook mag niet vergeten worden de
vogels van tijd tot tijd verse wilgen- en fruittakken te geven. Hier
zullen ze de bladknoppen van eten.
Huisvesting van pionussen
Een goed onderkomen voor een kweekkoppel pionussen is een te verwarmen
binnenvolière van 2,5 x 2 x 2 meter (lxbxh) met daarin een nestkast, een
klimboom en wat (knaag)takken.
Bij voorkeur heeft de binnenvolière nog een buitenvolière met een
afmeting van bijvoorbeeld 3 x 2 x 2 meter. Ondanks dat de knaagbehoefte
bij pionussen duidelijk minder is als dat van amazonepapegaaien is een
metalen volière (bijvoorbeeld van ijzer of aluminium),omspannen met een
zware kwaliteit gaas, aan te bevelen. Indien sprake is van naast elkaar
gelegen volières dienen deze onderling van elkaar gescheiden te zijn met
dubbel gaas tenzij er ondoorzichtige tussenwanden tussen de volières
geplaatst zijn die onderling contact onmogelijk maken. Met name in de
broedperiode willen de vogels nog wel eens agressief worden tegenover
andere vogels. Dubbelgaas en ondoorzichtige wanden tussen de
buitenvolières voorkomt dan dat de vogels elkaar door het gaas kunnen
verwonden. Ook de eet- en drinkbakken dienen van metaal te zijn en
zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien.
Kweken met de zwartoorpapegaai in de volière
Gelijk aan Maximiliaanpapegaai,
zie aldaar.
Bijzonderheden
Zie bij: ´Bijzonderheden Maximiliaanpapegaai´.
A. van Kooten
|
|
 |
|
Zwartoorpapegaai |
|
 |
|
Zwartoorpapegaai |
|
 |
|
Zwartoorpapegaai |
|
 |
|
Zwartoorpapegaai |
|
 |
|
Zwartoorpapegaai |
 |
|
Zwartoorpapegaai |
|