papegaaien.net
Statistieken Boeken Links Forum Vraag en aanbod

 

   
  Vertel een vriend over deze site

Menu

MAXIMILIAANPAPEGAAI

Forum

PIONUS MAXIMILIANI

Home

Ara´s
Caiques
Kaketoes
Lories
Papegaaien
Papegaaien als huisdier
Pionussen
Ziekten
Filmpjes
 

Maximiliaanpapegaai

Maximiliaanpapegaai

 

 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ondersoorten

Bij de Maximiliaanpapegaai worden de volgende ondersoorten onderscheiden:

  • Maximiliaanpapegaai                -           Pionus maximiliani maximiliani
  • Tucumánpapegaai                    -           Pionus maximiliani lacerus
  • Zwartooglid papegaai                -           Pionus maximiliani melanoblepharus
  • Siypapegaai                             -           Pionus maximiliani siy 

Uiterlijke kenmerken en geslachtsonderscheid

Maximiliaanpapegaai (Pionus maximiliani maximiliani)

Formaat:  29 cm.

Ringmaat: 8 mm.

Geslachtsonderscheid:Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.

Man en pop: De algehele lichaamskleur is groen. Het voorhoofd en de teugel zijn zwartachtig. De bevedering van de schedel en de achterkop zijn donkergrijs gezoomd. De veren van de wangen zijn groen met smalle blauwgrijze punten. Over de hals en de bovenzijde van de borst loopt een blauwe band met een enigszins roodviolette glans. Borst en buik zijn bleek groen en de onderstaartdekveren rood. De rug en de bovenste vleugeldekveren zijn olijfbruinachtig. De middelste staartpennen zijn groen. De buitenste staartpennen zijn blauw, aan de basis rood. De snavel is hoornkleurig met een zwarte basis. De naakte oogring is grijs tot grijswit gekleurd. De irissen van de ogen zijn donkerbruin en de poten grijs.   

Siy papegaai (Pionus maximiliani siy) 

Formaat:  30 cm.

Ringmaat: 8 mm.

Geslachtsonderscheid:Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.

Man en pop: Deze ondersoort lijkt op de nominaatvorm maar de veren aan de onderzijde van de borst, buik, rug en het vleugeldek laten een sterke bronskleurige glans zien. De blauwe borstband is breder.

Tucumán papegaai (Pionus maximiliani lacerus)

Formaat:  31 cm.

Ringmaat: 8 mm.

Geslachtsonderscheid:Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.

Man en pop: P. m. lacerus lijkt op P. m. siy  maar de bronskleurige glans op de veren is minder sterk aanwezig. De blauwe borstband is over het algemeen bij deze ondersoort wat intensiever van kleur, net als de roodviolette glans op de bevedering. Ook dijt de borstband bij deze ondersoort wat meer uit.

Zwartooglid papegaai (Pionus maximiliani melanoblepharus)

Formaat:  31 cm.

Ringmaat: 8 mm.

Geslachtsonderscheid:Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.

Man en pop: Deze ondersoort lijkt op de nominaatvorm maar is duidelijk donkerder groen op de onderzijde van de borst, buik en rug. Ook de blauwe borstband is wat intensiever van kleur.

Herkomst en leefwijze van de Maximiliaanpapegaai

De nominaatvorm, P. m. maximiliani, heeft zijn verspreidingsgebied in het noordoosten van Brazilië. P. m. siy komt voor in het zuiden van Brazilië tot Oost-Paraguay en Noord-Argentinië. P. m. lacerus heeft zijn verspreidingsgebied in het noordwesten van Argentinië en P. m. melanoblepharus komt voor in Zuid-Brazilië zuidwaarts tot Oost-Paraguay en Noordoost Argentinië.

Buiten de broedperiode leven ze in kleine groepen tot zwermen van 50 vogels. Ze bewonen bosgebieden tot 1500 meter hoogte. Hun voedsel bestaat in hoofdzaak uit vruchten (wilde vijgen), noten, bessen en zaden die ze in de bomen en struiken vinden.

De voeding van pionussen

De dagelijkse voeding voor pionussen dient grofweg uit drie (gelijke) delen te bestaan:

1.    een goed (grof)zaadmengsel voor (grote) parkieten eventueel aangevuld met maïskolven in halfrijpe toestand.

2.    een mengsel van kiemzaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in een verhouding van 2:1:1. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier het eivoer en het universeelvoer door gemengd worden. Verder is het verstandig twee keer per week, ondanks dat de vogels er ook vrij over moeten kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpengrit door het kiemzaad te mengen.

3.    een mengsel van fruit (druiven, sinaasappel, banaan, kiwi, vijgen, kersen, appel, peer, sinaasappel, lijsterbes, pruimen, rozenbottel e.d.) en groenten en onkruiden (o.a. wortel, spinazie, tomaat, witlof, andijvie, muur, paardebloem e.d.).

Verder dienen de vogels altijd de beschikking te hebben over vogelmineralen, grit, scherpe maagkiezel en sepia. Daarnaast dient dagelijks vers drinkwater aangeboden te worden waaraan eenmaal per week een multivitamine kan worden toegevoegd.

Ook mag niet vergeten worden de vogels van tijd tot tijd verse wilgen- en fruittakken te geven. Hier zullen ze de bladknoppen van eten.

Huisvesting van pionussen

Een goed onderkomen voor een kweekkoppel pionussen is een te verwarmen binnenvolière van 2,5 x 2 x 2 meter (lxbxh) met daarin een nestkast, een klimboom en wat (knaag)takken.

Bij voorkeur heeft de binnenvolière nog een buitenvolière met een afmeting van bijvoorbeeld 3 x 2 x 2 meter. Ondanks dat de knaagbehoefte bij pionussen duidelijk minder is als dat van amazonepapegaaien is een metalen volière (bijvoorbeeld van ijzer of aluminium),omspannen met een zware kwaliteit gaas, aan te bevelen. Indien sprake is van naast elkaar gelegen volières dienen deze onderling van elkaar gescheiden te zijn met dubbel gaas tenzij er ondoorzichtige tussenwanden tussen de volières geplaatst zijn die onderling contact onmogelijk maken. Met name in de broedperiode willen de vogels nog wel eens agressief worden tegenover andere vogels. Dubbelgaas en ondoorzichtige wanden tussen de buitenvolières voorkomt dan dat de vogels elkaar door het gaas kunnen verwonden. Ook de eet- en drinkbakken dienen van metaal te zijn en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien.

Kweken met de Maximiliaanpapegaai in de volière

Nestblok: Als nestgelegenheid kan een van dik hout gemaakte nestkast of een uitgeholde natuurstam gegeven worden. Deze dient een bodemoppervlak te hebben van 23 x 23 cm. en een hoogte van 45 cm. Het invlieggat dient een doorsnede te hebben van ongeveer 10 cm. Het nestblok dient bij voorkeur dikwandig (2,5 cm) en van hardhout te zijn. Verder is het aan te raden een controle luikje in de achterwand en of zijwand van het nestblok te maken. Ook nestblokken met andere afmetingen, bijvoorbeeld een bodemoppervlak van 30 x 30 cm. en een hoogte van 70 cm., worden wel door de vogels geaccepteerd. Over het algemeen zijn ze hier niet al te kieskeurig in. Om de vogels te helpen bij het in- en uit gaan van het blok is het noodzakelijk de binnenzijde van het blok onder het invlieggat te voorzien van een strookje gaas en of krammen.

Nestmateriaal: Als nestmateriaal dient een mengsel van (onbemeste) potgrond en houtspaanders in het blok te worden aangebracht (laagdikte ca. 8 cm.). Ook kan een dik stuk vermolmd hout gegeven worden. Dit wordt dan door de vogels geheel stuk geknaagd waardoor een prima bodembedekking in het nestblok ontstaat.

De meeste pionussen beginnen meestal te kweken vanaf hun derde jaar. Toch zijn er ook vogels die al in het tweede jaar beginnen. Bij een goed harmoniërend paar dat in de juiste broedconditie verkeert zullen spoedig paringen tussen beide vogel waargenomen kunnen worden. Bij de paring zit de man naast de pop en legt zijn poot over haar heen. De pop staat hierbij vrij ver voorovergebogen op de stok. Vervolgens brengt de man zijn cloaca op die van de pop. Beide vogels slaken hierbij zachte korte geluiden. Als de man de juiste positie heeft verkregen, hetgeen langere tijd kan duren, steunt hij met de snavel op de stok en brengt dan de copulatie tot stand. De pop legt gemiddeld 3 tot 4 eieren, die ze om de dag legt. Tussen het leggen van de eieren kunnen soms meerdere dagen zitten. Vaak gaat de pop al bij het eerste ei vast zitten te broeden. De broedduur bedraagt ongeveer 26 dagen. De jongen openen de ogen op een leeftijd van ca. 4 weken. Als de jongen ca. 3 weken oud zijn worden de eerste veerschachten zichtbaar. Na 12 weken zitten ze al behoorlijk in de veren en na ongeveer 7 weken verlaten ze het nestblok. Hierna worden ze nog 3 tot 4 weken door de oudervogels (bij)gevoerd. 

Bijzonderheden:

Voor goede kweekresultaten is het zeer belangrijk dat de vogels kunnen beschikken over een gevarieerde voeding, met name groenvoer (zie bij ´de voeding van roodstuitpapegaaien´).

De meeste pionussen baden graag, dus is het vertrekken van badschotels aan te bevelen.

In de winter moeten de vogels niet beneden de 5 °C worden gehuisvest. Het nachtverblijf dient daarom, zoals reeds eerder aangegeven, verwarmd te kunnen worden.

Vogels die lusteloos en niet actief zijn blijken vaak een tekort te hebben aan vitamine A. Dergelijke vogels dienen onderzocht te worden door een dierenarts en als dit inderdaad gediagnosticeerd wordt vitamine A injecties te krijgen.

Als de vogels gehuisvest zijn in een volière waar ze in de grond kunnen ´wroeten´ is het zaak ze regelmatig te controleren op wormen..

A. van Kooten

Overeenkomstige links

Bronsvleugelpapegaai - Pionus chalcopterus
Pionussen - Inleiding
Rozekoppapegaai - Pionus tumultuosus
Viooltjespapegaai - Pionus fuscus
Witkoppapegaai - Pionus senilis
Zwartoorpapegaai - Pionus menstruus
 

Maximiliaanpapegaai

 

 

 

 

 

 

Maximiliaanpapegaai

 

 

 

 

 

 

Maximiliaanpapegaai

 

 

 

 

 

 

Maximiliaanpapegaai

 

 

 

 

 

 

 

Maximiliaanpapegaai

 

 

 

 

 

 

Maximiliaanpapegaai

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maximiliaanpapegaai

Home Boeken Links Forum Vraag en aanbod
 

Copyright 2007  Adri van Kooten