|
Ondersoorten
Bij de viooltjes lori komen geen ondersoorten voor.
Uiterlijke kenmerken en geslachtsonderscheid
Formaat:
20 cm.
Ringmaat:
4,5 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is uiterlijk enig verschil. Het
purperrood van schedel en voorhoofd alsmede de paarse kleur van de
wangen is bij het mannetje uitgebreider en intensiever van kleur dan bij
het popje.
Man en pop:
De bevedering van de kop is overwegend paarsrood en de schedel helder
purperrood. De wangen zijn roodachtig paars met een blauwe
streeptekening. De rug en de vleugels zijn
donkergroen. De borst en buik zijn geelgroen met een brede verticale
donkergroene streeptekening. De snavel is zwart en de poten donkergrijs.
Herkomst en leefwijze van de viooltjeslori
De viooltjeslori heeft zijn verspreidingsgebied op Nieuw Guinea en het
schiereiland Huon. Ze leven hier in regenwouden, bergwouden en kleine
bosgebieden met bloemdragende bomen en struiken. Ze komen in kleine
groepen voor maar ook in zwermen van 30 tot 40 vogels. Ze houden zich
vooral op in de kruinen van bloemdragende bomen. Hun voedsel bestaat
voornamelijk uit nectar, bloesem, vruchten, bessen, zaden, pollen en
insecten en hun larven.
De voeding van lories
Zoals in het algemene gedeelte over lories reeds is vermeld, zijn het
vogels die hoofdzakelijk bloesem, nectar,
bladknoppen en verschillende soorten zachte vruchten en insecten eten.
Ze stellen dan ook hele andere eisen aan de voeding dan de meeste
andere kromsnavels. Gelukkig zijn er heden ten dage diverse volwaardige
kant en klaar voeders voor lories en andere
zachtvoereters in de handel. In de meeste gevallen zijn de vogels hier
dan ook prima op te houden. Betreffende voeders kunnen variëren van
korrelig tot poedervormig en moeten worden aangelengd met water.
Tegenwoordig zijn er ook pellets in de handel die speciaal voor lories
zijn ontwikkeld.
F. Beswerda,een goede vriend van mij, was één van de eerste kwekers in
Nederland die succesvol kweekte met lories. Na jarenlang
geëxperimenteerd te hebben met de voeding voor zijn lories ontwikkelde
hij uiteindelijk een recept waarmee hij zeer goede kweekresultaten
behaalde en haalt. Dit recept bestaat uit twee gelijke delen en ziet er
als volgt uit:
1. Een
moes van fruit en groente. Deze wordt gemaakt van appels, peren,
aardbeien, ananas, wortelen, komkommers en andere groente- en
fruitsoorten die op dat moment beschikbaar zijn (geen bananen en
sinaasappelen, deze kunnen namelijk darmstoornissen veroorzaken).
2. Een
mengsel van nutrix rijstebloem, bambix, eivoer en insectenvoer, waaraan
vervolgens nog een theekopje roosvicè, twee theelepeltjes gistocal, een
half theelepeltje zeewier, een dessertlepel multivitamine, een theekopje
druivensuiker en een flinke hoeveelheid honing wordt toegevoegd.**
Bovenstaand mengsel wordt vervolgens aangelengd met water tot dat het de
dikte heeft bereikt van yoghurt. Het voer kan in grotere porties worden
aangemaakt en in de diepvries bewaard.
** Voor ´mengsel 2´ kan eventueel ook een kant en klaar lorivoer
gebruikt worden.
Bovenstaande voeding kan eventueel dagelijks nog worden aangevuld met
een weinig zonnebloempitten en trosgierst (wordt niet door alle soorten
gegeten).Naast bovenstaande voeding kunnen, indien voorradig,
wilgentakken en onrijpe gras- en onkruidzaden aan de vogels gegeven
worden.Verder is belangrijk om het voedsel van lories in vrij zware
voerbakjes aan te bieden. Dit voorkomt dat de vogels ze omgooien en of
er mee gaan spelen, wat ze graag doen! Verder is het van belang dat het
voer niet te dik is. Bij het oplikken van het lorivoer met de
penseeltong steken ze de snavel vrij diep in het voer. Hierbij komt voer
op de bevedering wat ze vervolgens verwijderen door met de kop te
schudden. Bij een te dik voer zullen de resten van de kop ´vliegen´ en
overal in de volière terecht komen. Daarnaast zullen er bij een te dik
voer voedselresten aan de snavel blijven kleven, die op den duur een
korst kunnen vormen op en boven de snavel. Dit kan op zijn beurt weer
aanleiding geven tot vervelende schimmelinfecties bij de vogels.
Huisvesting van lories
Een volière voor de wat grotere soorten lories dient een minimale lengte
te bezitten van 3
á
4 meter, een breedte van 1 meter en een hoogte van ca. 2 meter. Een
langere volière is niet echt nodig omdat lories geen typische vliegers
zijn. Ze houden meer van klauteren, springen en klimmen. De volière
dient daarom klimbomen, dikke stukken touw en ander speelgerei te
bevatten. Verder moet
het verblijf gemakkelijk schoon te houden zijn, dit in verband met de
dunne ontlasting van de vogels. Dit betekent dat de de wanden en de
vloeren het beste van gladde materialen, bijvoorbeeld trespa of
tegeltjes kan zijn vervaardigd.
Lories
dienen het gehele jaar door een dikwandig broedblok tot hun beschikking
te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar er ook de nachten in
door brengen. Het nachtverblijf dient
verwarmd te kunnen worden omdat niet alle soorten winterhard zijn.
Verwarming is ook gewenst omdat sommige soorten in de winter broeden.
Door de kou koelen de eieren dan snel af, vooral als de vogels voor
langere tijd het nest verlaten. Het is daarom aan te bevelen de
temperatuur niet onder de 10 °C
te laten komen. Omdat verschillende
soorten het gehele jaar door broeden is het wel noodzakelijk dat de
kweekruimte over een kunstmatige verlichting beschikt. Een kunstmatige
verlichting schept de mogelijkheid om de dagen (kunstmatig) te verlengen
tot minimaal 12 uur en biedt daarmee gelegenheid aan de oudervogels om
hun jongen over de dag voldoende voer aan te bieden.
Het nachtverblijf moet ongeveer een
afmeting hebben van 2 x 1 x 2 meter (lxbxh). Indien er sprake is
van naastgelegen rennen is het van belang om
de tussenwanden van zowel het nachthok als de buitenrennen van
dubbelwandig gaas te maken zodat de vogels elkaar niet door het gaas
heen kunnen verwonden.
Voor de buitenvolières is het van belang dat de ondergrond goed
gedraineerd is, zodat de dunne uitwerpselen van de vogels gemakkelijk
weggespoeld kunnen worden. Een goede ondergrond hiervoor is een flinke
laag grof grind. Dit is met een tuinslang gemakkelijk schoon te spuiten
en ook kan het vrij gemakkelijk omgeharkt worden. Lories houden erg van
baden, de vogels moeten dan ook steeds de beschikking hebben over vers
badwater. Zorg er ook voor dat een deel van de buitenvolières open is
zodat ze ook van een mals regenbuitje kunnen genieten! Om aan de
behoefte van baden tegemoet te komen zou eventueel ook een kunstmatige
beregeningsinstallatie aangelegd kunnen worden in de buitenvolière(s).
Kleinere soorten lories, zoals de viooltjes lori, kunnen ook gehuisvest
worden in ruime kweekkooien van bijvoorbeeld 1.20 cm. x 50 cm x 50 cm.(lxbxh).
Een geschikte bodembedekking voor binnenverblijven en broedkooien is
grof zaagsel, hennepvezel, kattenbakgrit e.d. Sommige kwekers houden de
vogels ook wel op gaas. De kans op het verspelen van een nagel(s) wordt
hier echter wel door vergroot!
Kweken met de viooltjeslori in de volière of broedkooi
Nestblok:
De vogels dienen het gehele jaar door een dikwandig broedblok tot hun
beschikking te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar ook de
nachten in door brengen. Het nestblok cq. ‘het slaapblok’ dient een
afmeting te hebben van ca.30 cm. hoog en een bodemoppervlak van 15 x15
cm. Het invlieggat dient een diameter te hebben van 5 cm. Vanwege
eventuele kou dient het nestblok vervaardigd te zijn van dik hout (dikke
wanden).
Om de vogels te helpen bij het in- en uit gaan van het blok is het
raadzaam de binnenzijde van het blok onder het invlieggat te voorzien
van een strookje gaas en of krammen.
Nestmateriaal:
Als nestmateriaal dient een laag houtspaanders in het blok te worden
aangebracht. Deze laag mag niet te dik zijn en moet flink aangestampt
worden zodat eventueel gelegde eieren niet in de houtkrullen wegzakken.
Als er jongen zijn dient, vanwege de dunne ontlasting van de jongen, met
enige regelmaat het nestmateriaal ververst te worden.
Kweek:
Viooltjeslories zijn op een leeftijd van acht tot twaalf maanden
geslachtsrijp. Naast het broeden in de volière
kan met de viooltjeslori ook in ruime
kweekkooien van bijvoorbeeld 1.20 cm. x 50 cm x 50 cm.(lxbxh) gekweekt
worden. Viooltjeslories zijn niet echt warmtebehoeftig. Ze kunnen
zonder bezwaar ´s winters overwarmd gehouden worden. Wel is het van
belang dat het (dikwandige) nestblok op een vorstvrije plaats wordt
neergehangen. Omdat de vogels het gehele jaar
door tot broeden over kunnen gaan is het noodzakelijk dat de kweekruimte
over een kunstmatige verlichting beschikt. Dit schept bij eventuele
jongen de mogelijkheid om de dagen (kunstmatig) te verlengen (minimaal
12 uur) zodat de jongen over de dag voldoende voer verstrekt krijgen
door de oudervogels. Als nestgelegenheid kan een nestblok gegeven worden
met een bodemoppervlak van 15 x 15 cm., een hoogte van 28 cm. en een
invlieggat van 5 cm. De pop legt meestal twee eieren, incidenteel ook
wel eens drie. De broedtijd bedraagt 22 dagen. Bij de geboorte zijn de
jongen bedekt met wit dons dat in een tijdsbestek van ongeveer acht
dagen een grijze kleur krijgt. In vergelijking met andere loriesoorten
groeien de jongen vrij snel. Op een leeftijd van vier weken zitten de
jongen nagenoeg geheel in de veren en op een leeftijd van acht weken
vliegen ze veelal al door de volière. Bij het uitvliegen lijken de
jongen op de oudervogels maar ze missen nog de purperrode schedelkleur.
Bij jonge vogels is de schedelkleur nagenoeg zwart. Drie weken na het
uitvliegen zijn de jongen als zelfstandig te beschouwen. Op een leeftijd
van ongeveer acht maanden zijn ze volledig op kleur en vrijwel niet meer
van de oudervogels te onderscheiden.
Bijzonderheden
Viooltjeslories zijn schitterende, zeer levendige vogels, die weinig
geluid maken. Het houtwerk van de volière wordt met rust gelaten als ze
de beschikking hebben over wat wilgentakken of takken van fruitbomen.
A. van Kooten
|