|
|
Ondersoorten
Bij de rode lori worden vier ondersoorten beschreven, te weten:
-
Rode lori -
Eos bornea bornea
-
Bernstein’s rode lori -
Eos bornea bernsteini
-
Buru rode lori -
Eos bornea cyanonothus
-
Rothschild’s rode lori -
Eos bornea rothschildi
Rode lori -
Eos bornea bornea
Formaat:
29 - 31 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De
enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van
endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
De algehele lichaamskleur is helderrood. Over de rode vleugels loopt
een ongeveer 2 cm. blauwe band. De grote slagpennen zijn zwart met rode
spiegels, de kleine slagpennen zijn rood. De aarsbevedering is
overwegend donkerblauw. De snavel is oranjerood. De smalle naakte
oogring is blauwgrijs en de poten zijn grijszwart.
Bernstein’s rode lori -
Eos bornea bernsteini
Formaat:
29 - 31 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De
enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van
endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
E. b. bernsteini
lijkt op de nominaatvorm maar is iets groter van formaat.
Buru rode lori -
Eos bornea cyanonothus
Formaat:
28 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De
enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van
endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
E. b. cyanonothus
lijkt op de nominaatvorm maar is in het geheel donkerder rood van
kleur. Het vleugeldek laat bij deze soort een zwarte waas zien. De
vogels zijn met hun 28 cm. duidelijk kleiner dan de nominaatvorm.
Rothschild’s rode lori -
Eos bornea rothschildi
Formaat:
28 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De
enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van
endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
E. b. rothschildi
is gelijk aan de nominaatvorm maar met zijn 28 cm. duidelijk kleiner van
formaat.
Herkomst en leefwijze van de rode lori
De rode lori heeft zijn verspreidingsgebied op Ambon en het eiland
Saparua. E. b. bernsteini
komt voor op de Kai eilanden en
E. b. rothschildi
heeft zijn verspreidingsgebied op Ceram. In hun leefgebied bewonen ze
boomgebieden langs de kust maar ook meer landinwaarts gelegen
bergachtige gebieden tot op hoogten van 1300 meter. Tijdens de
broedperiode komen ze paarsgewijs voor, daarbuiten in kleine groepen van
20 en meer vogels. Ze houden zich vooral op bij bloemdragende bomen van
de eugenia
en erythrina.
Hun voedsel bestaat overwegend uit nectar, bloesem, vruchten en insecten
en hun larven.
De voeding van lories
Zoals in het algemene gedeelte over lories reeds is vermeld, zijn het
vogels die hoofdzakelijk bloesem, nectar,
bladknoppen en verschillende soorten zachte
vruchten en insecten eten. Ze stellen dan ook hele andere eisen aan de
voeding dan de meeste andere kromsnavels. Gelukkig zijn er
heden ten dage diverse volwaardige
kant en klaar voeders voor lories en andere
zachtvoereters in de handel. In de meeste gevallen zijn de vogels hier
dan ook prima op te houden. Betreffende voeders kunnen variëren van
korrelig tot poedervormig en moeten worden aangelengd met water.
Tegenwoordig zijn er ook pellets in de handel die speciaal voor lories
zijn ontwikkeld.
F. Beswerda,een goede vriend van mij, was één van de eerste kwekers in
Nederland die succesvol kweekte met lories. Na jarenlang
geëxperimenteerd te hebben met de voeding voor zijn lories ontwikkelde
hij uiteindelijk een recept waarmee hij zeer goede kweekresultaten
behaalde en haalt. Dit recept bestaat uit twee gelijke delen en ziet er
als volgt uit:
1.
Een moes van fruit en groente. Deze wordt gemaakt van appels,
peren, aardbeien, ananas, wortelen, komkommers en andere groente- en
fruitsoorten die op dat moment beschikbaar zijn (geen bananen en
sinaasappelen, deze kunnen namelijk darmstoornissen veroorzaken).
2.
Een mengsel van nutrix rijstebloem, bambix, eivoer en
insectenvoer, waaraan vervolgens nog een theekopje roosvicè, twee
theelepeltjes gistocal, een half theelepeltje zeewier, een dessertlepel
multivitamine, een theekopje druivensuiker en een flinke hoeveelheid
honing wordt toegevoegd.**
Bovenstaand mengsel wordt vervolgens aangelengd met water tot dat het de
dikte heeft bereikt van yoghurt. Het voer kan in grotere porties worden
aangemaakt en in de diepvries bewaard.
** Voor ´mengsel 2´ kan eventueel ook een kant en klaar lorivoer
gebruikt worden.
Bovenstaande voeding kan eventueel dagelijks nog worden aangevuld met
een weinig zonnebloempitten en trosgierst (wordt niet door alle soorten
gegeten). Naast bovenstaande voeding kunnen, indien voorradig,
wilgentakken en onrijpe gras- en onkruidzaden aan de vogels gegeven
worden. Verder is belangrijk om het voedsel van lories in vrij zware
voerbakjes aan te bieden. Dit voorkomt dat de vogels ze omgooien en of
er mee gaan spelen, wat ze graag doen! Verder is het van belang dat het
voer niet te dik is. Bij het oplikken van het lorivoer met de
penseeltong steken ze de snavel vrij diep in het voer. Hierbij komt voer
op de bevedering wat ze vervolgens verwijderen door met de kop te
schudden. Bij een te dik voer zullen de resten van de kop ´vliegen´ en
overal in de volière terecht komen. Daarnaast zullen er bij een te dik
voer voedselresten aan de snavel blijven kleven, die op den duur een
korst kunnen vormen op en boven de snavel. Dit kan op zijn beurt weer
aanleiding geven tot vervelende schimmelinfecties bij de vogels.
Huisvesting van lories
Een volière voor de wat grotere soorten lories dient een minimale lengte
te bezitten van 3
á
4 meter, een breedte van 1 meter en een hoogte van ca. 2 meter. Een
langere volière is niet echt nodig omdat lories geen typische vliegers
zijn. Ze houden meer van klauteren, springen en klimmen. De volière
dient daarom klimbomen, dikke stukken touw en ander speelgerei te
bevatten. Verder moet
het verblijf gemakkelijk schoon te houden zijn, dit in verband met de
dunne ontlasting van de vogels. Dit betekent dat de de wanden en de
vloeren het beste van gladde materialen, bijvoorbeeld trespa of
tegeltjes kan zijn vervaardigd.
Lories
dienen het gehele jaar door een dikwandig broedblok tot hun beschikking
te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar er ook de nachten in
door brengen.
Het nachtverblijf dient verwarmd te kunnen worden omdat niet alle
soorten winterhard zijn. Verwarming
is ook gewenst omdat sommige soorten in de winter broeden. Door de kou
koelen de eieren dan snel af, vooral als de vogels voor langere tijd het
nest verlaten. Het is daarom aan te bevelen de temperatuur niet onder de
10 °C te laten komen.
Omdat verschillende soorten het gehele jaar
door broeden is het wel noodzakelijk dat de kweekruimte over een
kunstmatige verlichting beschikt. Een kunstmatige verlichting schept de
mogelijkheid om de dagen (kunstmatig) te verlengen tot minimaal 12 uur
en biedt daarmee gelegenheid aan de oudervogels om hun jongen over de
dag voldoende voer aan te bieden.
Het nachtverblijf moet ongeveer een
afmeting hebben van 2 x 1 x 2 meter (lxbxh). Indien er sprake is
van naastgelegen rennen is het van belang om
de tussenwanden van zowel het nachthok als de
buitenrennen van dubbelwandig gaas te maken zodat de vogels elkaar niet
door het gaas heen kunnen verwonden.
Voor de buitenvolières is het van belang dat de ondergrond goed
gedraineerd is, zodat de dunne uitwerpselen van de vogels gemakkelijk
weggespoeld kunnen worden. Een goede ondergrond hiervoor is een flinke
laag grof grind. Dit is met een tuinslang gemakkelijk schoon te spuiten
en ook kan het vrij gemakkelijk omgeharkt worden. Lories houden erg van
baden, de vogels moeten dan ook steeds de beschikking hebben over vers
badwater. Zorg er ook voor dat een deel van de buitenvolières open is
zodat ze ook van een mals regenbuitje kunnen genieten! Om aan de
behoefte van baden tegemoet te komen zou eventueel ook een kunstmatige
beregeningsinstallatie aangelegd kunnen worden in de buitenvolière(s).
Kweken met de rode lori in de volière
Rode lories zijn op een leeftijd van drie jaar geslachtsrijp. Het zijn
zeer nieuwsgierige vogels. Het is daarom verstandig ze geen al te diep
nestblok te geven omdat ze anders te vaak langdurig van het nest af
gaan.
Voor het overige is de kweek vergelijkbaar met dat van de
groenneklori, zie aldaar.
Bijzonderheden
Rode lories zijn vrij sterke, speelse vogels die, afhankelijk van de
aandacht die aan hun besteed wordt, in vrij korte tijd erg vertrouwelijk
kunnen worden met hun verzorger. Mits goed gehuisvest en een juiste
verzorging zullen ze vrij snel tot broeden overgaan en hun jongen
meestal goed grootbrengen.
Als nadeel van rode lories kan hun agressiviteit tegenover de eigen
partner en andere vogels genoemd worden als ook het plukken van hun
eigen veren en die van de jongen.
A. van Kooten
|
 |
|
Rode lori |
 |
|
Rode lori |
|
 |
|
Rode lori |
|
 |
|
Rode lori |
|
 |
|
Rode lori |
|
 |
|
Rode lori |
 |
|
Rode lori |
 |
|
Rode lori |
|