|
|
Ondersoorten
De Massenalori kent geen ondersoorten.
T. h. massena
is zelf een ondersoort van de groenneklori,
T. h. haematodus.
Formaat:
29 cm.
Ringmaat:
6 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De
enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van
endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
T. h. massena
lijkt op
T. h. haematodus
maar de bevedering is in het geheel wat bleker van kleur. Daarnaast is
de bevedering van de achterkop en de nek duidelijk bruin bewaasd en zijn
de veren van de borst oranjerood en donkerblauw omzoomd. Deze omzoming
is duidelijk smaller als bij
T. h. haematodus.
De buik is groen en de nekband helder geelachtiggroen.
Herkomst en leefwijze van Massenalori
T. h. massena
heeft zijn verspreidingsgebied op het eiland Karkar van het
Bismarck Archipel en de Salomonseilanden. Net
als de andere ondersoorten van het geslacht
Trichoglossus
bewonen ze allerlei gebieden met boombestanden, open regenwouden,
savannen en laaglandgebieden. Ze komen zowel paarsgewijs, in kleine
groepen als ook in grote zwermen voor. Hun voedsel bestaat in hoofdzaak
uit nectar, bloesem, vruchten, bessen, zaden, pollen en insecten en hun
larven.
De voeding van lories
Zoals in het algemene gedeelte over lories reeds is vermeld, zijn het
vogels die hoofdzakelijk bloesem, nectar,
bladknoppen en verschillende soorten zachte vruchten en insecten eten.
Ze stellen dan ook hele andere eisen aan de voeding dan de meeste
andere kromsnavels. Gelukkig zijn er heden ten dage diverse volwaardige
kant en klaar voeders voor lories en andere
zachtvoereters in de handel. In de meeste gevallen zijn de vogels hier
dan ook prima op te houden. Betreffende voeders kunnen variëren van
korrelig tot poedervormig en moeten worden aangelengd met water.
Tegenwoordig zijn er ook pellets in de handel die speciaal voor lories
zijn ontwikkeld.
F. Beswerda,een goede vriend van mij, was één van de eerste kwekers in
Nederland die succesvol kweekte met lories. Na jarenlang
geëxperimenteerd te hebben met de voeding voor zijn lories ontwikkelde
hij uiteindelijk een recept waarmee hij zeer goede kweekresultaten
behaalde en haalt. Dit recept bestaat uit twee gelijke delen en ziet er
als volgt uit:
1. Een
moes van fruit en groente. Deze wordt gemaakt van appels, peren,
aardbeien, ananas, wortelen, komkommers en andere groente- en
fruitsoorten die op dat moment beschikbaar zijn (geen bananen en
sinaasappelen, deze kunnen namelijk darmstoornissen veroorzaken).
2. Een
mengsel van nutrix rijstebloem, bambix, eivoer en insectenvoer, waaraan
vervolgens nog een theekopje roosvicè, twee theelepeltjes gistocal, een
half theelepeltje zeewier, een dessertlepel multivitamine, een theekopje
druivensuiker en een flinke hoeveelheid honing wordt toegevoegd.**
Bovenstaand mengsel wordt vervolgens aangelengd met water tot dat het de
dikte heeft bereikt van yoghurt. Het voer kan in grotere porties worden
aangemaakt en in de diepvries bewaard.
** Voor ´mengsel 2´ kan eventueel ook een kant en klaar lorivoer
gebruikt worden.
Bovenstaande voeding kan eventueel dagelijks nog worden aangevuld met
een weinig zonnebloempitten en trosgierst (wordt niet door alle soorten
gegeten). Naast bovenstaande voeding kunnen, indien voorradig,
wilgentakken en onrijpe gras- en onkruidzaden aan de vogels gegeven
worden.
Verder is belangrijk om het voedsel van lories in vrij zware voerbakjes
aan te bieden. Dit voorkomt dat de vogels ze omgooien en of er mee gaan
spelen, wat ze graag doen! Verder is het van belang dat het voer niet te
dik is. Bij het oplikken van het lorivoer met de penseeltong steken ze
de snavel vrij diep in het voer. Hierbij komt voer op de bevedering wat
ze vervolgens verwijderen door met de kop te schudden. Bij een te dik
voer zullen de resten van de kop ´vliegen´ en overal in de volière
terecht komen. Daarnaast zullen er bij een te dik voer voedselresten aan
de snavel blijven kleven, die op den duur een korst kunnen vormen op en
boven de snavel. Dit kan op zijn beurt weer aanleiding geven tot
vervelende schimmelinfecties bij de vogels.
Huisvesting van lories
Een volière voor de wat grotere soorten lories dient een minimale lengte
te bezitten van 3
á
4 meter, een breedte van 1 meter en een hoogte van ca. 2 meter. Een
langere volière is niet echt nodig omdat lories geen typische vliegers
zijn. Ze houden meer van klauteren, springen en klimmen. De volière
dient daarom klimbomen, dikke stukken touw en ander speelgerei te
bevatten. Verder moet
het verblijf gemakkelijk schoon te houden zijn, dit in verband met de
dunne ontlasting van de vogels. Dit betekent dat de de wanden en de
vloeren het beste van gladde materialen, bijvoorbeeld trespa of
tegeltjes kan zijn vervaardigd.
Lories
dienen het gehele jaar door een dikwandig broedblok tot hun beschikking
te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar er ook de nachten in
door brengen. Het nachtverblijf dient
verwarmd te kunnen worden omdat niet alle soorten winterhard zijn.
Verwarming is ook gewenst omdat sommige soorten in de winter broeden.
Door de kou koelen de eieren dan snel af, vooral als de vogels voor
langere tijd het nest verlaten. Het is daarom aan te bevelen de
temperatuur niet onder de 10 °C
te laten komen. Omdat verschillende
soorten het gehele jaar door broeden is het wel noodzakelijk dat de
kweekruimte over een kunstmatige verlichting beschikt. Een kunstmatige
verlichting schept de mogelijkheid om de dagen (kunstmatig) te verlengen
tot minimaal 12 uur en biedt daarmee gelegenheid aan de oudervogels om
hun jongen over de dag voldoende voer aan te bieden.
Het nachtverblijf moet ongeveer een
afmeting hebben van 2 x 1 x 2 meter (lxbxh). Indien er sprake is
van naastgelegen rennen is het van belang om
de tussenwanden van zowel het nachthok als de buitenrennen van
dubbelwandig gaas te maken zodat de vogels elkaar niet door het gaas
heen kunnen verwonden.
Voor de buitenvolières is het van belang dat de ondergrond goed
gedraineerd is, zodat de dunne uitwerpselen van de vogels gemakkelijk
weggespoeld kunnen worden. Een goede ondergrond hiervoor is een flinke
laag grof grind. Dit is met een tuinslang gemakkelijk schoon te spuiten
en ook kan het vrij gemakkelijk omgeharkt worden. Lories houden erg van
baden, de vogels moeten dan ook steeds de beschikking hebben over vers
badwater. Zorg er ook voor dat een deel van de buitenvolières open is
zodat ze ook van een mals regenbuitje kunnen genieten! Om aan de
behoefte van baden tegemoet te komen zou eventueel ook een kunstmatige
beregeningsinstallatie aangelegd kunnen worden in de buitenvolière(s).
Kweken met de Massenalori in de volière
Nestblok:
Zoals hierboven reeds opgemerkt dienen lories
het gehele jaar door een dikwandig broedblok tot hun beschikking
te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar er ook de nachten in
door brengen. Het nestblok cq. ‘de slaapkast’ dient een afmeting te
hebben van 40 cm. hoog en een bodemoppervlak van 20x20 cm. Het
invlieggat dient een diameter te hebben van 7 cm. Vanwege eventuele kou
dient het nestblok vervaardigd te zijn van dik hout (dikke wanden).
Nestmateriaal
Als nestmateriaal dient een laag houtspaanders in het blok te worden
aangebracht. Deze laag mag niet te dik zijn en moet flink aangestampt
worden zodat eventueel gelegde eieren niet in de houtkrullen wegzakken.
Als er jongen zijn dient, vanwege de dunne ontlasting van de jongen, met
enige regelmaat het nestmateriaal ververst te worden.
Kweek:
Massenalories hebben de neiging om het hele
jaar rond te broeden, dus ook in de winter! Het is daarom van belang dat
het nestblok in de koude perioden van het jaar overgebracht wordt naar
een (matig) verwarmd binnenverblijf.
De vogels zijn op een leeftijd van 18 maanden geslachtrijp. De pop legt,
net als de meeste andere lories, 2 eieren. De broedduur bedraagt 19 tot
21 dagen. De jongen verlaten het nest op een leeftijd van ongeveer 8 á 9
weken en worden dan nog enkele weken door de ouders (bij)gevoerd tot ze
geheel zelfstandig zijn. Meestal zijn de oudervogels dan al weer over
gegaan tot een volgend legsel.
De kweek is verder vergelijkbaar met die van de
groenneklori, zie aldaar.
Bijzonderheden
De Massenalori is als kweekvogel wat minder populair dan de andere
ondersoorten van het geslacht
Trichoglossus.
Toch zijn het prachtige vogels die over het algemeen vrij gemakkelijk
tot broeden overgaan en de jongen bijna altijd zonder problemen
grootbrengen.
A. van Kooten
|
 |
|
Massenalori |
 |
|
Massenalori |
 |
|
Massenalori |
 |
|
Massenalori |
 |
|
Massenalori |
 |
|
Massenalori |
|