|
|
Ondersoorten
De groenstaartlori kent geen ondersoorten.
Formaat:
28 cm.
Ringmaat:
6 - 7 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De
enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van
endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
De lichaamskleur is overwegend rood. De bevedering van het voorhoofd, de
teugels, de schedel en de nek is zwart. Aan weerszijden van de kop
bevindt zich een zwarte wangvlek. Over de borst loopt een brede gele
band. De veren van de dijen zijn donkerblauw en die van de vleugels
groen. De ondervleugeldekveren zijn blauw en de vleugelbocht is
hemelsblauw. Aan de onderzijde van de vleugels bevindt zich een brede
rozerode band. De staart is aan de bovenzijde rood met een groene rand
en aan de onderzijde mat olijfgeel. De naakte oogring is zwart en de
irissen van de ogen oranjerood. De poten zijn grijs en de snavel
oranjerood.
Herkomst en leefwijze van de groenstaartlori
De groenstaartlori heeft zijn verspreidingsgebied op de oostelijke
Salomoneilanden. Ze bewonen overwegend bosgebieden en
kokosnootplantages. Buiten de broedtijd leven ze paarsgewijs of in
kleine groepen tot 10 vogels. Het voedsel wat ze tot zich nemen bestaat
in hoofdzaak uit pollen, nectar, vruchten, bloesem en allerlei zaden.
De voeding van lories
Zoals in het algemene gedeelte over lories reeds is vermeld, zijn het
vogels die hoofdzakelijk bloesem, nectar,
bladknoppen en verschillende soorten zachte
vruchten en insecten eten. Ze stellen dan ook hele andere eisen aan de
voeding dan de meeste andere kromsnavels. Gelukkig zijn er
heden ten dage diverse volwaardige
kant en klaar voeders voor lories en andere
zachtvoereters in de handel. In de meeste gevallen zijn de vogels hier
dan ook prima op te houden. Betreffende voeders kunnen variëren van
korrelig tot poedervormig en moeten worden aangelengd met water.
Tegenwoordig zijn er ook pellets in de handel die speciaal voor lories
zijn ontwikkeld.
F. Beswerda,een goede vriend van mij, was één van de eerste kwekers in
Nederland die succesvol kweekte met lories. Na jarenlang
geëxperimenteerd te hebben met de voeding voor zijn lories ontwikkelde
hij uiteindelijk een recept waarmee hij zeer goede kweekresultaten
behaalde en haalt. Dit recept bestaat uit twee gelijke delen en ziet er
als volgt uit:
1. Een
moes van fruit en groente. Deze wordt gemaakt van appels, peren,
aardbeien, ananas, wortelen, komkommers en andere groente- en
fruitsoorten die op dat moment beschikbaar zijn (geen bananen en
sinaasappelen, deze kunnen namelijk darmstoornissen veroorzaken).
2. Een
mengsel van nutrix rijstebloem, bambix, eivoer en insectenvoer, waaraan
vervolgens nog een theekopje roosvicè, twee theelepeltjes gistocal, een
half theelepeltje zeewier, een dessertlepel multivitamine, een theekopje
druivensuiker en een flinke hoeveelheid honing wordt toegevoegd.**
Bovenstaand mengsel wordt vervolgens aangelengd met water tot dat het de
dikte heeft bereikt van yoghurt. Het voer kan in grotere porties worden
aangemaakt en in de diepvries bewaard.
** Voor ´mengsel 2´ kan eventueel ook een kant en klaar lorivoer
gebruikt worden.
Bovenstaande voeding kan eventueel dagelijks nog worden aangevuld met
een weinig zonnebloempitten en trosgierst (wordt niet door alle soorten
gegeten). Naast bovenstaande voeding kunnen, indien voorradig,
wilgentakken en onrijpe gras- en onkruidzaden aan de vogels gegeven
worden. Verder is belangrijk om het voedsel van lories in vrij zware
voerbakjes aan te bieden. Dit voorkomt dat de vogels ze omgooien en of
er mee gaan spelen, wat ze graag doen! Verder is het van belang dat het
voer niet te dik is. Bij het oplikken van het lorivoer met de
penseeltong steken ze de snavel vrij diep in het voer. Hierbij komt voer
op de bevedering wat ze vervolgens verwijderen door met de kop te
schudden. Bij een te dik voer zullen de resten van de kop ´vliegen´ en
overal in de volière terecht komen. Daarnaast zullen er bij een te dik
voer voedselresten aan de snavel blijven kleven, die op den duur een
korst kunnen vormen op en boven de snavel. Dit kan op zijn beurt weer
aanleiding geven tot vervelende schimmelinfecties bij de vogels.
Huisvesting van lories
Een volière voor de wat grotere soorten lories dient een minimale lengte
te bezitten van 3
á
4 meter, een breedte van 1 meter en een hoogte van ca. 2 meter. Een
langere volière is niet echt nodig omdat lories geen typische vliegers
zijn. Ze houden meer van klauteren, springen en klimmen. De volière
dient daarom klimbomen, dikke stukken touw en ander speelgerei te
bevatten. Verder moet
het verblijf gemakkelijk schoon te houden zijn, dit in verband met de
dunne ontlasting van de vogels. Dit betekent dat de de wanden en de
vloeren het beste van gladde materialen, bijvoorbeeld trespa of
tegeltjes kan zijn vervaardigd.
Lories
dienen het gehele jaar door een dikwandig broedblok tot hun beschikking
te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar er ook de nachten in
door brengen.
Het nachtverblijf dient verwarmd te kunnen worden omdat niet alle
soorten winterhard zijn. Verwarming
is ook gewenst omdat sommige soorten in de winter broeden. Door de kou
koelen de eieren dan snel af, vooral als de vogels voor langere tijd het
nest verlaten. Het is daarom aan te bevelen de temperatuur niet onder de
10 °C te laten komen.
Omdat verschillende soorten het gehele jaar
door broeden is het wel noodzakelijk dat de kweekruimte over een
kunstmatige verlichting beschikt. Een kunstmatige verlichting schept de
mogelijkheid om de dagen (kunstmatig) te verlengen tot minimaal 12 uur
en biedt daarmee gelegenheid aan de oudervogels om hun jongen over de
dag voldoende voer aan te bieden.
Het nachtverblijf moet ongeveer een
afmeting hebben van 2 x 1 x 2 meter (lxbxh). Indien er sprake is
van naastgelegen rennen is het van belang om
de tussenwanden van zowel het nachthok als de
buitenrennen van dubbelwandig gaas te maken zodat de vogels elkaar niet
door het gaas heen kunnen verwonden.
Voor de buitenvolières is het van belang dat de ondergrond goed
gedraineerd is, zodat de dunne uitwerpselen van de vogels gemakkelijk
weggespoeld kunnen worden. Een goede ondergrond hiervoor is een flinke
laag grof grind. Dit is met een tuinslang gemakkelijk schoon te spuiten
en ook kan het vrij gemakkelijk omgeharkt worden. Lories houden erg van
baden, de vogels moeten dan ook steeds de beschikking hebben over vers
badwater. Zorg er ook voor dat een deel van de buitenvolières open is
zodat ze ook van een mals regenbuitje kunnen genieten! Om aan de
behoefte van baden tegemoet te komen zou eventueel ook een kunstmatige
beregeningsinstallatie aangelegd kunnen worden in de buitenvolière(s).
Kweken met de groenstaartlori in de volière
Nestblok:
De vogels dienen het gehele jaar door een dikwandig broedblok tot hun
beschikking te hebben omdat ze hier niet alleen in broeden maar er ook
de nachten in door brengen. Het nestblok cq. ‘de slaapkast’ dient een
afmeting te hebben van 50 cm. hoog en een bodemoppervlak van 20 x 20 cm.
Het invlieggat dient een diameter te hebben van 7 cm.
Voor het uitvoeren van nestcontroles is het handig om op een hoogte van
10 cm. boven het bodemoppervlak een inspectieluikje te maken.
Nestmateriaal:
Als nestmateriaal dient een laag houtspaanders in het blok te worden
aangebracht. Deze laag mag niet te dik zijn en moet flink aangestampt
worden zodat eventueel gelegde eieren niet in de houtkrullen wegzakken.
Als er jongen zijn dient, vanwege de dunne ontlasting van de jongen, met
enige regelmaat het nestmateriaal ververst te worden.
Kweek:
Groenstaartlories zijn op een leeftijd van drie jaar geslachtsrijp. De
vogels hebben de neiging, net als de meeste
lories, om het hele jaar rond te broeden, dus ook in de winter! Het is
daarom van belang dat het nestblok in de koude perioden van het jaar
overgebracht wordt naar een (matig) verwarmd binnenverblijf. De pop legt
gemiddeld 2 eieren. Broedduur 26 – 27 dagen. De jongen vliegen op een
leeftijd van ongeveer 80 dagen uit.
Bijzonderheden
Groenstaartlories zijn zeer speels en de aanwezigheid van speel- en
klimatributen in de voliere zal niet alleeen de vogels maar ook de
liefhebber veel plezier verschaffen. De
vogels baden zeer graag. Het verdient daarom aanbeveling badschotels in
de voliere te plaatsen. Het zijn weinig lawaaiierige vogels die ook
prima gehouden kunnen worden door liefhebbers met directe buren. Binnen
het geslacht
Lorius
is de groenstaartlori de kleinste vertegenwoordiger.
A. van Kooten
|
 |
|
Groenstaartlori |
 |
|
Groenstaartlori |
|
 |
|
Groenstaartlori |
|
 |
|
Groenstaartlori |
|
 |
|
Groenstaartlori |
 |
|
Groenstaartlori |
 |
|
Groenstaartlori |
|