Het zijn overwegend zwarte vogels met naakte helderrode wangen en een
opvallende, uit lange smalle veren bestaande, zwarte kuif.
P. a. aterrimus
heeft een lengte van ongeveer 60 cm. De verschillen tussen de
ondersoorten zijn klein.
P. a. goliath
heeft wat smallere kuifveren dan de nominaatvorm en is met zijn 68 cm
groter. Ook
P. a. stenolophus
heeft ongeveer dit formaat. Bij deze ondersoort zijn de kuifveren
duidelijk smaller dan bij de nominaatvorm.
Herkomst en leefwijze
P. a. aterrimus
komt voor op de Aru-eilanden en Nieuw-Guinea,
P. a. goliath
heeft zijn verspreidingsgebied in het westelijk deel van Nieuw-Guinea en
de westelijke Papoea-eilanden met uitzondering van Misool.
P. a. stenolophus
is te vinden op Nieuw-Guinea en het eiland Japen dat deel uitmaakt van
de Indonesische provincie Papoea.
P. a. macgillivrayi
tenslotte houdt zich op op het Australische schiereiland Kaap York.
Palmkaketoes bewonen in hoofdzaak tropische regenwouden, moerasgebieden
en savannen met boombestanden. Hun voedsel bestaat vooral uit noten,
zaden, vruchten, bessen, bladknoppen en waarschijnlijk insecten en hun
larven. Buiten de broedperiode komen ze in kleine groepen voor tot zeven
vogels. Als nestgelegenheid maken ze gebruik van holten in dikke takken
en holen van dode bomen op hoogten van gemiddeld tien meter boven de
grond. De pop legt slechts één ei, dat door beide vogels wordt bebroed.
De broedduur ligt rond 30 dagen. De jongen verlaten na ongeveer vijftien
weken het nest en worden dan nog gedurende een zeer lange tijd door de
ouders (bij)gevoerd. Palmkaketoes zijn in de avicultuur zeer zeldzaam.
Voeding
In hun natuurlijke leefomgeving nemen palmkaketoes een breed scala aan
voedingsstoffen op. In gevangenschap dient de verzorger hier rekening
mee te houden. Er dient daarom gezorgd te worden voor een zeer
gevarieerde voeding. Deze is, zo blijkt uit de praktijk, ook van groot
belang voor het verkrijgen van goede kweekresultaten. De voeding dient
te bestaan uit een goed zaadmengsel ( drie delen parkietenzaad + één
deel papegaaienvoer), aangevuld met vers fruit, groente, gekiemde
(duivenvoer)zaden, eivoer c.q. opfokvoer en noten (o.a. palmnoten,
dagelijks ongeveer vier per vogel). Bovenstaande voedingsbestanddelen
(zaadmengsel, krachtvoer/kiemzaad, groente/fruit) kunnen in een
verhouding gegeven worden van 1:1:1. Voor het begin van het broedseizoen
moet de voeding meer eiwitten bevatten, dit is vooral van belang als er
jongen in het nest liggen. Om het eiwitpercentage van het krachtvoer te
verhogen kan eventueel aan 1 kg eivoer 250 gram gekookte (kool)vis
worden toegevoegd. Afhankelijk van het seizoen kunnen de volgende
groenten gegeven worden: erwten in de schil, rode bieten, paprika,
andijvie, spinazie, korenaren, wortelen, broccoli, bloemkool en ook
(onkruid)zaden als korenaren, muur, graszaden, paardenbloemen en
weegbree. Als fruit komen appel, peer, druif, mandarijn, sinaasappel,
kiwi e.d. in aanmerking. Verder dient dagelijks grit, maagkiezel en
sepia ter beschikking te staan. Over het algemeen nemen kaketoes niet zo
gemakkelijk zachtvoer op. Hier geldt dat de aanhouder wint! Om de vogels
´te dwingen´ zachtvoer op te nemen kan geprobeerd worden minder zaad aan
de vogels te voeren of om in het begin zachtvoer en zaad door elkaar te
mengen. Om bederf te voorkomen dient niet meer voedsel verstrekt te
worden dan de vogels op één dag
op
kunnen.
Van nature scharrelen de vogels vooral op de grond om daar voedsel te
zoeken. Geef ze daarom bijvoorbeeld ook eens graszoden (met graszaden).
Om aan hun knaaglust te voldoen moeten de vogels (dagelijks) rijkelijk
kunnen beschikken over verse wilgen- en/of fruitboomtakken. Ter
afleiding kunnen ook klimbomen en allerlei andere klimattributen in de
volière worden opgehangen.
Huisvesting
Palmkaketoes kunnen gehuisvest worden in volières van minimaal 7 m lang
en 1,5 m breed. Omdat palmkaketoes beweeglijke vogels zijn is het af te
raden om ze kleiner te huisvesten. Een te krappe huisvesting geeft
bovendien snel aanleiding tot vervetting en als gevolg daarvan slechte
kweekresultaten.
Vanwege de sterke snavels van de vogels is een metalen volière
(bijvoorbeeld van ijzer of aluminium) omspannen met een zware kwaliteit
gaas een vereiste. Ook de eet- en drinkbakken dienen van metaal te zijn
en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien.
Indien sprake is van meerdere buitenvolières met broedparen kaketoes, is
het raadzaam om deze onderling van elkaar te scheiden door
ondoorzichtige tussenwanden zodat onderling contact tussen de vogels
onmogelijk wordt en de mannen niet nóg agressiever worden. Het best
kunnen in
de naastgelegen volières andere soorten worden gehuisvest zodat
voorkomen wordt dat de vogels tijdens het broedseizoen al hun energie
verspelen aan ruzies met soortgenoten.
De vliegopening die toegang geeft tot het nachtverblijf dient een
afmeting te hebben van ongeveer 20 cm. Zorg ervoor dat deze opening af
te sluiten is d.m.v. een schuifluikje. Het is het gemakkelijkst als dit
te bedienen is aan de voorzijde van de volière. Het is verstandig om de
buitenvolières voor de helft te overdekken, bijvoorbeeld met golfplaten.
De vogels hebben buiten op deze manier altijd een droge plaats. Het
biedt tevens de mogelijkheid om daar broedblokken op te hangen. Het niet
beschutte deel geeft de vogels de mogelijkheid om bij regenval een
douche te nemen. De vloer van de volière kan het best gemaakt worden van
beton of cementtegels. Hierover kan eventueel zand, schelpen of iets
anders gestrooid worden.
Kweek
De zogenaamde zwarte kaketoes komen zeer weinig in onze volières voor.
Het zijn vogels voor de gespecialiseerde liefhebber. De kweek ervan valt
dan ook buiten het bestek van deze website.