|
Ondersoorten
Bij de rosékaketoe
worden de volgende ondersoorten onderscheiden:
-
Rosékaketoe -
Eolophus roseicapillus roseicapillus
-
Westelijke rosékaketoe -
Eolophus roseicapillus assimilis
Uiterlijke kenmerken en geslachtsonderscheid
Rosékaketoe -
Eolophus roseicapillus roseicapillus
Formaat:
35 cm.
Ringmaat:
9 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is enig verschil. Bij volwassen vogels zijn de
geslachten te herkennen aan de ogen. Mannen hebben een bruine iris
terwijl de poppen een meer roodbruine iris hebben.
Man en pop:
De hoofdkleur is donkerroze. De bevedering van het voorhoofd, de
schedel, de teugel en de nek is witachtig roze. De rug, de stuit, de
vleugels en de staart zijn bleekgrijs net als de onderbuik en de
aarsbevedering. De staart is donkergrijs. De naakte oogring is rozerood.
De iris van het oog donkerbruin, de poten grijs en de snavel
hoornkleurig.
Westelijke rosékaketoe -
Eolophus roseicapillus assimilis
Formaat:
35 cm.
Ringmaat:
9 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is enig verschil. Bij volwassen vogels zijn de
geslachten te herkennen aan de ogen. Mannen hebben een bruine iris
terwijl de poppen een meer roodbruine iris bezitten.
Man en pop:
Deze ondersoorsoort lijkt op de nominaatvorm maar is in zijn geheel
bleker van kleur.Verder is de kleur van de schedel is iets intensiever
roze en de naakte oogring grijs.
De voeding van kaketoes
In hun natuurlijke leefomgeving nemen kaketoes een breed scala aan
voedingsstoffen op. In gevangenschap dient de verzorger hier rekening
mee te houden. Er dient daarom gezorgd te worden voor een zeer
gevarieerde voeding. Een dergelijke voeding, zo blijkt uit de praktijk,
is ook van groot belang voor het verkrijgen van goede kweekresultaten.
De voeding dient te bestaan uit een goed zaadmengsel ( 3 delen
parkietenzaad + 1 deel papegaaienvoer), aangevuld met vers fruit,
groente, gekiemde (duivenvoer)zaden, eivoer cq. opfokvoer en noten (o.a.
palmnoten, dagelijks ca. 4 per vogel). Bovenstaande voedingsbestanddelen
(zaadmengsel, krachtvoer/kiemzaad, groente/fruit) kunnen in een
verhouding gegeven worden van 1:1:1. Voor het begin van het broedseizoen
moet de voeding meer eiwitten bevatten, dit is vooral van belang als er
jongen in het nest liggen. Om het eiwitpercentage van het krachtvoer te
verhogen kan aan 1 kg. eivoer een eetlepel (volle) melkpoeder worden
toegevoegd en of 250 gram gekookte (kool)vis. Afhankelijk van het
seizoen kunnen de volgende groenten gegeven worden: erwten in de schil,
rode bieten, paprika, andijvie, spinazie, korenaren, wortelen, broccoli,
bloemkool en ook onkruidzaden als muur, graszaden, paardebloem, weegbree
e.d. Als fruit komen appels, peer, druiven, mandarijn, sinaasappel, kiwi
e.d. in aanmerking. Verder dient dagelijks grit, maagkiezel en sepia ter
beschikking te staan voor de vogels. Over het algemeen nemen kaketoes
niet zo gemakkelijk zachtvoer op. Hier geldt dat de aanhouder wint! Om
de vogels ´te dwingen´ zachtvoer op te nemen kan geprobeerd worden
minder zaad aan de vogels te voeren. Om bederf te voorkomen dient
dagelijks niet meer voedsel verstrekt te worden dan de vogels op één dag
op
kunnen.
Van nature scharrelen de vogels vooral op de grond om daar voedsel te
zoeken. Geef ze daarom bijvoorbeeld ook eens graszoden (met graszaden).
Om aan hun knaaglust te voldoen moeten de vogels (dagelijks) rijkelijk
kunnen beschikken over verse wilgen- en of fruitboomtakken. Ter
afleiding kunnen ook klimbomen en allerlei andere klimattributen in de
volière worden opgehangen.
De huisvesting van kaketoes
De grotere soorten kaketoes kunnen gehuisvest worden in volières van
minimaal 5 meter lang en 1,50 meter breed. Kleinere soorten kunnen
eventueel gehuisvest worden in volières met een lengte van 4 meter.
Omdat kaketoes beweeglijke vogels zijn is het af te raden om de vogels
kleiner te huisvesten. Een te krappe huisvesting zal trouwens ook snel
aanleiding geven tot vervetting van de vogels en als gevolg hiervan
slechte kweekresultaten.
Een ander zeer belangrijk aspect m.b.t. de grootte van de voliere is het
feit dat de pop ruimte moet hebben om te kunnen vluchten voor de man. De
mannen van kaketoes, met name van de ´witte kaketoes´, zijn zeer
temperamentvol en kunnen daarbij zo agressief worden dat ze de pop doden
of zwaar verminken. Menig kweker van kaketoes heeft op deze wijze al
eens een pop verloren. In dit kader is het belangrijk schuilplaatsen aan
te brengen in de voliere zodat de pop ingeval van nood weg kan kruipen.
Een andere mogelijkheid is om de vleugelpennen van de man aan één kant
flink af te knippen. Verder is het van belang om het nestblok van
meerdere vliegopeningen te voorzien zodat de (broedende) pop bij een
eventuele aanval van de man in het nestblok ook de mogelijkheid heeft om
weg te komen! Eventueel kan het nestblok aan de bovenzijde open gelaten
worden. Ook het binnenverblijf zal vanwege bovenstaande niet te klein
moeten zijn. Vanwege de sterke snavels van de vogels is een metalen
volière (bijvoorbeeld van ijzer of aluminium) omspannen met een zware
kwaliteit gaas een vereiste. Ook de eet- en drinkbakken dienen van
metaal te zijn en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet
kunnen omgooien. Indien sprake is van meerdere buitenvolières met
broedparen kaketoes dan is het raadzaam om deze onderling van elkaar te
scheiden door ondoorzichtige tussenwanden zodat onderling contact tussen
de vogels onmogelijk wordt en de mannen niet nog agressiever worden. Het
beste kunnen in
de naast gelegen volières andere soorten worden gehuisvest zodat
voorkomen wordt dat de vogels tijdens het broedseizoen al hun energie
verspelen aan ruzies met soortgenoten.
De vliegopening die toegang geeft tot het nachtverblijf dient een
afmeting te hebben van ongeveer 20 cm. Zorg ervoor dat deze opening af
te sluiten is d.m.v. een schuifluikje. Het is het gemakkelijkst als dit
schuifluikje te bedienen is aan de voorzijde van de volière. Het is
verstandig om de buitenvolières voor de helft te overdekken,
bijvoorbeeld met golfplaten. De vogels hebben op deze manier altijd een
droge plaats in de buitenvolière. Het biedt tevens de mogelijkheid om in
de buitenvolière broedblokken op te hangen. Het niet beschutte deel van
de buitenvolière geeft de vogels de mogelijkheid om bij regenval een
douche te nemen. De vloer van de volière kan het beste gemaakt worden
van beton en of cementtegels. Hierover kan eventueel zand, schelpen of
iets anders gestrooid worden.
Herkomst en leefwijze van rosékaketoes
De nominaatvorm,
E. r. roseicapillus,
komt voor in Oost-, Centraal- en Noord Australië en is ingeburgerd op
Tasmanië.
E. r. assimilis
heeft zijn verspreidingsgebied in West- en Zuid-Australie.
Zoals uit bovenstaande blijkt komen rosékaketoes vrijwel in geheel
Australië voor, met uitzondering van de kuststreken in het oosten en het
westen. Ze leven in bosgebieden en met boombestanden bedekte graslanden.
Tegenwoordig komen ze echter ook veel voor in landbouwgebieden,
woongebieden en in parken van steden en dorpen. Buiten de broedtijd
verzamelen ze zich tot zwermen van wel duizend vogels. Veelal zijn ze
dan te vinden in de nabijheid van drinkplaatsen.
Kweken met rosékaketoes in de volière
Nestblok:
Als nestgelegenheid kan een van dik hardhout gemaakte nestkast of een
uitgeholde natuurstam gegeven worden. Deze dient een bodemoppervlak te
hebben van 30 x 30 cm. en een hoogte van 50 - 70 cm. Het blok dient
meerdere invliegopeningen te hebben zodat de pop, bij een eventuele
aanval van de man, kan vluchten. De invliegopeningen dienen een minimale
doorsnede te hebben van ongeveer 10 cm. Ook nestblokken met andere
afmetingen, bijvoorbeeld 60 x 25 x 35 cm., worden door de vogels
geaccepteerd. Over het algemeen zijn ze hier niet al te kieskeurig in.
Om de vogels te helpen bij het in- en uit
gaan van het blok is het aan te raden de binnenzijde van het blok onder
het invlieggat te voorzien van een strookje gaas en of krammen. Het is
verstandig meerdere blokken op te hangen omdat de vogels de blok(ken)
vaak aan stukken knagen. In dat kader verdient het tevens
aanbeveling om de randen van het broedblok met bandijzer te verstevigen
zodat het slopen van het nest(en) zolang mogelijk wordt uitgesteld.
Nestmateriaal:
Als nestmateriaal kan een mengsel van houtspaanders met potgrond en of
boshumus in het blok worden aangebracht. De laagdikte dient ongeveer 10
cm. te zijn. Ook kunnen dikke stukken vermolmd hout gegeven worden. Dit
wordt dan door de vogels geheel stuk geknaagd waardoor een prima
bodembedekking in het nestblok ontstaat. Als aan de vogels wilgentakken
worden verstrekt zullen ze hier stukken afknagen en meenemen naar het
nestblok. In het nestblok wordt het vervolgens verder verwerkt door de
vogels.
Kweek:
De vogels zijn op een leeftijd van ongeveer 3 - 4 jaar broedrijp. Vaak
zijn de eerste paringen tussen de vogels al waar te nemen in maart. Dan
ook laat de man regelmatig zijn balts zien. De balts bestaat uit het
spreiden van de vleugels en het opzetten van de kuif waarbij hij een
speciaal geluid produceert. Als de pop in de juiste broedstemming is zal
zij zachtjes met haar vleugels beginnen te trillen en met doorgezakte
poten de man benaderen. Vervolgens vindt de paring plaats waarbij de pop
de kop achterover buigt en de man haar bovensnavel vastpakt. Gemiddeld
legt de pop 3 tot 5 eieren. Meestal legt ze de eieren zo rond eind april
begin mei. De broedduur bedraagt, vanaf het moment dat de pop vast gaat
zitten broeden, ongeveer 21 dagen. Zowel man als pop broeden. Ze lossen
elkaar af tot het uitkomen van de eieren. De jongen worden geboren met
lange donsveren en groeien in het begin vrij langzaam. De eerste
veerstoppels komen pas na 3 weken. De jongen worden door beide
oudervogels gevoed en verzorgd. Na ongeveer 7 weken vliegen de jongen
uit maar dit kan erg variëren. Na het uitvliegen worden ze nog ongeveer
6 tot 7 weken door de ouders (bij)gevoerd alvorens ze zelfstandig zijn.
De jongen zijn minder intensief van kleur dan de ouders en ze hebben een
licht bruine iris met een bleekgrijze oogring. De oogkleur van de jongen
begint na ca. 6 maanden van kleur te veranderen.
Bijzonderheden
Rosékaketoes kunnen zeer wild omgaan met de eieren. Het is daarom
verstandig om de eerste eieren direct te rapen en te vervangen door
kunsteieren. Als de vogels eenmaal vast zitten de broeden kunnen de
eieren teruggelegd worden. In de meeste gevallen gaat het dan verder wel
goed.
Wereldwijd is er veel onderzoek gedaan naar de oorzaak van agressie bij
kaketoe mannen. Er zijn kwekers die jaren lang zonder problemen met
hetzelfde broedpaar kweekten tot op één of andere dag de man de pop
aanviel en zwaar verminkte of doodde. Er zijn verschillende proeven
gedaan met als doel het probleem op te lossen. Zo werden bijvoorbeeld
meerdere poppen bij één man geplaatst maar ook dan blijkt de man geen
ander gedrag te vertonen. Mogelijk dat het probleem te maken heeft met
het niet gelijktijdig broedrijp zijn van man en pop. In het algemeen is
het zo dat de lichamelijke veranderingen bij het broedrijp worden van de
pop meer tijd vergt dan bij de man. De kunst bestaat er dus in om de pop
iets eerder of minimaal gelijktijdig broedrijp te krijgen. Zodra ze
namelijk open staat voor de avances van de man lijkt het
agressieprobleem opgelost.
Helaas is er tot op heden nog geen adequate oplossing voor dit probleem
gevonden. Wel kunnen maatregelen genomen worden ter bescherming van de
pop.
Eén
van de maatregelen is om de man te kortwieken en het nestblok zo hoog op
te hangen dat hij niet het vliegvermogen heeft om er bij te kunnen.
Wanneer de pop wil eten kan zij gewoon naar buiten en kan ze zelfs
gevoerd worden door de man. Denk er hierbij wel om dat het nestblok
beduidend hoger moet hangen dan de hoogste zitstok.
Kaketoes zijn zeer luidruchtige vogels en daardoor niet echt geschikt om
te houden bij naaste buren.
A. van Kooten
|