|
|
Ondersoorten
De oranjekuifkaketoe is een ondersoort van de kleine geelkuifkaketoe. De
overige ondersoorten zijn:
-
Kleine geelkuifkaketoe -
Cacatua
sulphurea sulphurea
-
Timor kleine geelkuifkaketoe -
Cacatua
sulphurea parvula
-
Abbott´s kleine geelkuifkaketoe -
Cacatua sulphurea abbotti
-
Oranjekuifkaketoe -
Cacatua
sulphurea citrinocristata
Oranjekuifkaketoe -
Cacatua sulphurea citrinocristata
Formaat:
38 cm.
Ringmaat:
mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is enig uiterlijk verschil. De pop heeft een
bruinachtig rode iris i.p.v. een nagenoeg zwarte zoals de man.
Man en pop:
De hoofdkleur is wit. De kuif en de dekveren bij de oren zijn oranje van kleur. De ondervleugeldekveren en de onderstaartdekveren zijn
geel overgoten. De naakte oogring is wit. De iris donkerbruin. De poten
zijn grijs en de snavel zwart.
Herkomst en leefwijze van de kleine geelkuifkaketoe
De oranjekuifkaketoe heeft
zijn verspreidingsgebied op het Indonesische eiland Sumba. Ze houden zich bij voorkeur op in open bosgebieden,
langs bosranden en halfdroge gebieden met boombestanden tot op hoogten
van 1200 meter. Ze leven hier veelal paarsgewijs of in kleine groepen
tot 10 vogels. Hun voedsel bestaat in hoofdzaak uit zaden, vruchten,
bessen, noten en bloesems van struiken en bomen.
De voeding van kaketoes
In hun natuurlijke leefomgeving nemen kaketoes een breed scala aan
voedingsstoffen op. In gevangenschap dient de verzorger hier rekening
mee te houden. Er dient daarom gezorgd te worden voor een zeer
gevarieerde voeding. Een dergelijke voeding, zo blijkt uit de praktijk,
is ook van groot belang voor het verkrijgen van goede kweekresultaten.
De voeding dient te bestaan uit een goed zaadmengsel ( 3 delen
parkietenzaad + 1 deel papegaaienvoer), aangevuld met vers fruit,
groente, gekiemde (duivenvoer)zaden, eivoer cq. opfokvoer en noten (o.a.
palmnoten, dagelijks ca. 4 per vogel). Bovenstaande voedingsbestanddelen
(zaadmengsel, krachtvoer/kiemzaad, groente/fruit) kunnen in een
verhouding gegeven worden van 1:1:1. Voor het begin van het broedseizoen
moet de voeding meer eiwitten bevatten, dit is vooral van belang als er
jongen in het nest liggen. Om het eiwitpercentage van het krachtvoer te
verhogen kan aan 1 kg. eivoer een eetlepel (volle) melkpoeder worden
toegevoegd en of 250 gram gekookte (kool)vis. Afhankelijk van het
seizoen kunnen de volgende groenten gegeven worden: erwten in de schil,
rode bieten, paprika, andijvie, spinazie, korenaren, wortelen, broccoli,
bloemkool en ook onkruidzaden als muur, graszaden, paardebloem, weegbree
e.d. Als fruit komen appels, peer, druiven, mandarijn, sinaasappel, kiwi
e.d. in aanmerking. Verder dient dagelijks grit, maagkiezel en sepia ter
beschikking te staan voor de vogels. Over het algemeen nemen kaketoes
niet zo gemakkelijk zachtvoer op. Hier geldt dat de aanhouder wint! Om
de vogels ´te dwingen´ zachtvoer op te nemen kan geprobeerd worden
minder zaad aan de vogels te voeren. Om bederf te voorkomen dient
dagelijks niet meer voedsel verstrekt te worden dan de vogels op één dag
op
kunnen.
Van nature scharrelen de vogels vooral op de grond om daar voedsel te
zoeken. Geef ze daarom bijvoorbeeld ook eens graszoden (met graszaden).
Om aan hun knaaglust te voldoen moeten de vogels (dagelijks) rijkelijk
kunnen beschikken over verse wilgen- en of fruitboomtakken. Ter
afleiding kunnen ook klimbomen en allerlei andere klimattributen in de
volière worden opgehangen.
De huisvesting van kaketoes
De grotere soorten kaketoes kunnen gehuisvest worden in volières van
minimaal 5 meter lang en 1,50 meter breed. Kleinere soorten, zoals de
oranjekuifkaketoe, kunnen
eventueel gehuisvest worden in volières met een lengte van 4 meter.
Omdat kaketoes beweeglijke vogels zijn is het af te raden om de vogels
kleiner te huisvesten. Een te krappe huisvesting zal trouwens ook snel
aanleiding geven tot vervetting van de vogels en als gevolg hiervan
slechte kweekresultaten.
Een ander zeer belangrijk aspect m.b.t. de grootte van de voliere is het
feit dat de pop ruimte moet hebben om te kunnen vluchten voor de man. De
mannen van kaketoes, met name van de ´witte kaketoes´, zijn zeer
temperamentvol en kunnen daarbij zo agressief worden dat ze de pop doden
of zwaar verminken. Menig kweker van kaketoes heeft op deze wijze al
eens een pop verloren. In dit kader is het belangrijk schuilplaatsen aan
te brengen in de voliere zodat de pop ingeval van nood weg kan kruipen.
Een andere mogelijkheid is om de vleugelpennen van de man aan één kant
flink af te knippen. Verder is het van belang om het nestblok van
meerdere vliegopeningen te voorzien zodat de (broedende) pop bij een
eventuele aanval van de man in het nestblok ook de mogelijkheid heeft om
weg te komen! Eventueel kan het nestblok aan de bovenzijde open gelaten
worden. Ook het binnenverblijf zal vanwege bovenstaande niet te klein
moeten zijn. Vanwege de sterke snavels van de vogels is een metalen
volière (bijvoorbeeld van ijzer of aluminium) omspannen met een zware
kwaliteit gaas een vereiste. Ook de eet- en drinkbakken dienen van
metaal te zijn en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet
kunnen omgooien.
Indien sprake is van meerdere buitenvolières met broedparen kaketoes dan
is het raadzaam om deze onderling van elkaar te scheiden door
ondoorzichtige tussenwanden zodat onderling contact tussen de vogels
onmogelijk wordt en de mannen niet nog agressiever worden. Het beste
kunnen in
de naast gelegen volières andere soorten worden gehuisvest zodat
voorkomen wordt dat de vogels tijdens het broedseizoen al hun energie
verspelen aan ruzies met soortgenoten.
De vliegopening die toegang geeft tot het nachtverblijf dient een
afmeting te hebben van ongeveer 20 cm. Zorg ervoor dat deze opening af
te sluiten is d.m.v. een schuifluikje. Het is het gemakkelijkst als dit
schuifluikje te bedienen is aan de voorzijde van de volière. Het is
verstandig om de buitenvolières voor de helft te overdekken,
bijvoorbeeld met golfplaten. De vogels hebben op deze manier altijd een
droge plaats in de buitenvolière. Het biedt tevens de mogelijkheid om in
de buitenvolière broedblokken op te hangen. Het niet beschutte deel van
de buitenvolière geeft de vogels de mogelijkheid om bij regenval een
douche te nemen. De vloer van de volière kan het beste gemaakt worden
van beton en of cementtegels. Hierover kan eventueel zand, schelpen of
iets anders gestrooid worden.
Kweken met oranjekuifkaketoes in de volière
Nestblok:
Als nestgelegenheid kan het beste een van dik hardhout gemaakte nestkast
gegeven worden. Deze dient een bodemoppervlak te hebben van 30 x 30 cm.
en een hoogte van 65 cm. Het blok dient meerdere invliegopeningen te
hebben zodat de pop, bij een eventuele aanval van de man, kan vluchten.
De invliegopeningen dienen een minimale doorsnede te hebben van 12 cm.
Om de vogels te helpen bij het in- en uit
gaan van het blok is het aan te raden de binnenzijde van het blok onder
het invlieggat te voorzien van een strook gaas en of krammen. Verder is
het aan te bevelen een inspectieluikje aan te brengen op ongeveer 10 cm.
hoogte van het bodemoppervlak. Het is verstandig meerdere blokken op te
hangen omdat de vogels de blok(ken) vaak aan stukken knagen.
Nestmateriaal:
Als nestmateriaal kan een mengsel van houtspaanders met potgrond en of
boshumus in het blok worden aangebracht. Ook kunnen dikke stukken
vermolmd hout gegeven worden. Dit wordt dan door de vogels geheel stuk
geknaagd waardoor een prima bodembedekking in het nestblok ontstaat.
Kweek:
Het broedproces begint meestal eind april begin mei. Nadat de paringen
hebben plaatsgevonden worden vrij kort hierop de eieren gelgd. Veelal
legt de pop 3 tot 4 eieren die door beide vogels worden bebroed. Bij het
broeden lossen ze elkaar af tot het uitkomen van de eieren. Het komt ook
regelmatig voor dat beide vogels gelijktijdig in het broedblok aanwezig
zijn. De broedduur bedraagt 23 - 24 dagen. De jongen worden door beide
oudervogels gevoed en verzorgd. De jongen moeten tussen dag 15 en 20
worden geringd met ringmaat 8,5 mm. De ringen kunnen het beste zwart
gemaakt worden omdat de oudervogels de glanzende ringen nog wel eens
willen verwijderen. Dat het jong hier dan aan vastzit maakt hun daarbij
niets uit! Na ongeveer 8 – 10 weken vliegen de jongen uit, dit kan erg
variëren. Na het uitvliegen worden ze nog ongeveer 6 tot 7 weken door de
ouders (bij)gevoerd alvorens ze zelfstandig zijn. De oogkleur van de
jongen begint na ca. 6 maanden van kleur te veranderen.
Bijzonderheden
De mannen van de oranjekuifkaketoes kunnen bijzonder agressief
worden tegenover de pop. Lees hier meer over bij: ´Bijzonderheden ´rosékaketoes.
Kaketoes zijn zeer luidruchtige vogels en daardoor niet echt geschikt om
te houden bij naaste buren.
A. van Kooten
|
|
 |
|
Oranjekuifkaketoe |
|
 |
|
Oranjekuifkaketoe |
|
 |
|
Oranjekuifkaketoe |
|
 |
|
Oranjekuifkaketoe |
|
 |
|
Oranjekuifkaketoe |
|
 |
|
Oranjekuifkaketoe |
|