papegaaien.net
Statistieken Boeken Links Forum Vraag en aanbod

 

   
  Vertel een vriend over deze site

Menu

ORANJEKUIFKAKETOE

Forum

CACATUA SULPHUREA CITRINOCRISTATA

Home

Ara´s
Caiques
Kaketoes
Lories
Papegaaien
Papegaaien als huisdier
Pionussen
Ziekten
Filmpjes
 

Oranjekuifkaketoe

Oranjekuifkaketoe

 

 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ondersoorten

De oranjekuifkaketoe is een ondersoort van de kleine geelkuifkaketoe. De overige ondersoorten zijn:

  • Kleine geelkuifkaketoe               -           Cacatua sulphurea sulphurea 
  • Timor kleine geelkuifkaketoe       -           Cacatua sulphurea parvula
  • Abbott´s kleine geelkuifkaketoe   -           Cacatua sulphurea abbotti
  • Oranjekuifkaketoe                     -            Cacatua sulphurea citrinocristata

Oranjekuifkaketoe - Cacatua sulphurea citrinocristata

Formaat:  38 cm.

Ringmaat:   mm.

Geslachtsonderscheid: Tussen beide geslachten is enig uiterlijk verschil. De pop heeft een bruinachtig rode iris i.p.v. een nagenoeg zwarte zoals de man.

Man en pop: De hoofdkleur is wit. De kuif en de dekveren bij de oren zijn oranje van kleur. De ondervleugeldekveren en de onderstaartdekveren zijn geel overgoten. De naakte oogring is wit. De iris donkerbruin. De poten zijn grijs en de snavel zwart.

Herkomst en leefwijze van de kleine geelkuifkaketoe

De oranjekuifkaketoe heeft zijn verspreidingsgebied op het Indonesische eiland Sumba.  Ze houden zich bij voorkeur op in open bosgebieden, langs bosranden en halfdroge gebieden met boombestanden tot op hoogten van 1200 meter. Ze leven hier veelal paarsgewijs of in kleine groepen tot 10 vogels. Hun voedsel bestaat in hoofdzaak uit zaden, vruchten, bessen, noten en bloesems van struiken en bomen.

De voeding van kaketoes

In hun natuurlijke leefomgeving nemen kaketoes een breed scala aan voedingsstoffen op. In gevangenschap dient de verzorger hier rekening mee te houden. Er dient daarom gezorgd te worden voor een zeer gevarieerde voeding. Een dergelijke voeding, zo blijkt uit de praktijk, is ook van groot belang voor het verkrijgen van goede kweekresultaten. De voeding dient te bestaan uit een goed zaadmengsel  ( 3 delen parkietenzaad + 1 deel papegaaienvoer), aangevuld met vers fruit, groente, gekiemde (duivenvoer)zaden, eivoer cq. opfokvoer en noten (o.a. palmnoten, dagelijks ca. 4 per vogel). Bovenstaande voedingsbestanddelen (zaadmengsel, krachtvoer/kiemzaad, groente/fruit) kunnen in een verhouding gegeven worden van 1:1:1. Voor het begin van het broedseizoen moet de voeding meer eiwitten bevatten, dit is vooral van belang als er jongen in het nest liggen. Om het eiwitpercentage van het krachtvoer te verhogen kan aan 1 kg. eivoer een eetlepel (volle) melkpoeder worden toegevoegd en of 250 gram gekookte (kool)vis. Afhankelijk van het seizoen kunnen de volgende groenten gegeven worden: erwten in de schil, rode bieten, paprika, andijvie, spinazie, korenaren, wortelen, broccoli, bloemkool en ook onkruidzaden als muur, graszaden, paardebloem, weegbree e.d. Als fruit komen appels, peer, druiven, mandarijn, sinaasappel, kiwi e.d. in aanmerking. Verder dient dagelijks grit, maagkiezel en sepia ter beschikking te staan voor de vogels. Over het algemeen nemen kaketoes niet zo gemakkelijk zachtvoer op. Hier geldt dat de aanhouder wint! Om de vogels ´te dwingen´ zachtvoer op te nemen kan geprobeerd worden minder zaad aan de vogels te voeren. Om bederf te voorkomen dient dagelijks niet meer voedsel verstrekt te worden dan de vogels op één dag op kunnen.

Van nature scharrelen de vogels vooral op de grond om daar voedsel te zoeken. Geef ze daarom bijvoorbeeld ook eens graszoden (met graszaden). Om aan hun knaaglust te voldoen moeten de vogels (dagelijks) rijkelijk kunnen beschikken over verse wilgen- en of fruitboomtakken. Ter afleiding kunnen ook klimbomen en allerlei andere klimattributen in de volière worden opgehangen.

De huisvesting van kaketoes

De grotere soorten kaketoes kunnen gehuisvest worden in volières van minimaal 5 meter lang en 1,50 meter breed. Kleinere soorten, zoals de oranjekuifkaketoe, kunnen eventueel gehuisvest worden in volières met een lengte van 4 meter. Omdat kaketoes beweeglijke vogels zijn is het af te raden om de vogels kleiner te huisvesten. Een te krappe huisvesting zal trouwens ook snel aanleiding geven tot vervetting van de vogels en als gevolg hiervan slechte kweekresultaten.   

Een ander zeer belangrijk aspect m.b.t. de grootte van de voliere is het feit dat de pop ruimte moet hebben om te kunnen vluchten voor de man. De mannen van kaketoes, met name van de ´witte kaketoes´, zijn zeer temperamentvol en kunnen daarbij zo agressief worden dat ze de pop doden of zwaar verminken. Menig kweker van kaketoes heeft op deze wijze al eens een pop verloren. In dit kader is het belangrijk schuilplaatsen aan te brengen in de voliere zodat de pop ingeval van nood weg kan kruipen. Een andere mogelijkheid is om de vleugelpennen van de man aan één kant flink af te knippen. Verder is het van belang om het nestblok van meerdere vliegopeningen te voorzien zodat de (broedende) pop bij een eventuele aanval van de man in het nestblok ook de mogelijkheid heeft om weg te komen! Eventueel kan het nestblok aan de bovenzijde open gelaten worden. Ook het binnenverblijf zal vanwege bovenstaande niet te klein moeten zijn. Vanwege de sterke snavels van de vogels is een metalen volière (bijvoorbeeld van ijzer of aluminium) omspannen met een zware kwaliteit gaas een vereiste. Ook de eet- en drinkbakken dienen van metaal te zijn en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien.

Indien sprake is van meerdere buitenvolières met broedparen kaketoes dan is het raadzaam om deze onderling van elkaar te scheiden door ondoorzichtige tussenwanden zodat onderling contact tussen de vogels onmogelijk wordt en de mannen niet nog agressiever worden. Het beste kunnen in de naast gelegen volières andere soorten worden gehuisvest zodat voorkomen wordt dat de vogels tijdens het broedseizoen al hun energie verspelen aan ruzies met soortgenoten. De vliegopening die toegang geeft tot het nachtverblijf dient een afmeting te hebben van ongeveer 20 cm. Zorg ervoor dat deze opening af te sluiten is d.m.v. een schuifluikje. Het is het gemakkelijkst als dit schuifluikje te bedienen is aan de voorzijde van de volière. Het is verstandig om de buitenvolières voor de helft te overdekken, bijvoorbeeld met golfplaten. De vogels hebben op deze manier altijd een droge plaats in de buitenvolière. Het biedt tevens de mogelijkheid om in de buitenvolière broedblokken op te hangen. Het niet beschutte deel van de buitenvolière geeft de vogels de mogelijkheid om bij regenval een douche te nemen. De vloer van de volière kan het beste gemaakt worden van beton en of cementtegels. Hierover kan eventueel zand, schelpen of iets anders gestrooid worden.

Kweken met oranjekuifkaketoes in de volière

Nestblok: Als nestgelegenheid kan het beste een van dik hardhout gemaakte nestkast gegeven worden. Deze dient een bodemoppervlak te hebben van 30 x 30 cm. en een hoogte van 65 cm. Het blok dient meerdere invliegopeningen te hebben zodat de pop, bij een eventuele aanval van de man, kan vluchten. De invliegopeningen dienen een minimale doorsnede te hebben van 12 cm. Om de vogels te helpen bij het in- en uit gaan van het blok is het aan te raden de binnenzijde van het blok onder het invlieggat te voorzien van een strook gaas en of krammen. Verder is het aan te bevelen een inspectieluikje aan te brengen op ongeveer 10 cm. hoogte van het bodemoppervlak. Het is verstandig meerdere blokken op te hangen omdat de vogels de blok(ken) vaak aan stukken knagen.

Nestmateriaal: Als nestmateriaal kan een mengsel van houtspaanders met potgrond en of boshumus in het blok worden aangebracht. Ook kunnen dikke stukken vermolmd hout gegeven worden. Dit wordt dan door de vogels geheel stuk geknaagd waardoor een prima bodembedekking in het nestblok ontstaat.

Kweek: Het broedproces begint meestal eind april begin mei. Nadat de paringen hebben plaatsgevonden worden vrij kort hierop de eieren gelgd. Veelal legt de pop 3 tot 4 eieren die door beide vogels worden bebroed. Bij het broeden lossen ze elkaar af tot het uitkomen van de eieren. Het komt ook regelmatig voor dat beide vogels gelijktijdig in het broedblok aanwezig zijn. De broedduur bedraagt 23 - 24 dagen. De jongen worden door beide oudervogels gevoed en verzorgd. De jongen moeten tussen dag 15 en 20 worden geringd met ringmaat 8,5 mm. De ringen kunnen het beste zwart gemaakt worden omdat de oudervogels de glanzende ringen nog wel eens willen verwijderen. Dat het jong hier dan aan vastzit maakt hun daarbij niets uit! Na ongeveer 8 – 10 weken vliegen de jongen uit, dit kan erg variëren. Na het uitvliegen worden ze nog ongeveer 6 tot 7 weken door de ouders (bij)gevoerd alvorens ze zelfstandig zijn. De oogkleur van de jongen begint na ca. 6 maanden van kleur te veranderen.

Bijzonderheden

De mannen van de oranjekuifkaketoes kunnen bijzonder agressief worden tegenover de pop. Lees hier meer over bij: ´Bijzonderheden ´rosékaketoes.

Kaketoes zijn zeer luidruchtige vogels en daardoor niet echt geschikt om te houden bij naaste buren.

A. van Kooten

Overeenkomstige links

Grote geelkuifkaketoes - Cacatua galerita
Helmkaketoe - Callocephalon fimbriatum
Inca kaketoe - Cacatua leadbeateri
Kaketoes - Inleiding
Kleine geelkuifkaketoes - Cacatua sulphurea
Rose kaketoes - Eolophus roseicapillus
 

Oranjekuifkaketoe

 

 

 

 

Oranjekuifkaketoe

 

 

 

 

Oranjekuifkaketoe

 

 

 

 

Oranjekuifkaketoe

 

 

 

 

 

Oranjekuifkaketoe

 

 

 

 

 

Oranjekuifkaketoe

 

 

Home Boeken Links Forum Vraag en aanbod
 

Copyright 2007  Adri van Kooten