|
Ondersoorten
Zie bij ´Inleiding´.
Aru-edelpapegaai -
Eclectus roratus aruensis
Formaat:
37 cm.
Ringmaat:
12 mm.
Geslachtsonderscheid:
Man en pop verschillen duidelijk van elkaar. De pop is overwegend rood
en de man overwegend groen.
Man:
Uiterlijk lijkt de man op die van de Nieuw-Guinea edelparkiet maar met
een iets lichtere lichaamskleur en aan het uiteinde van de staart een
bredere gele rand. Bij de meeste vogels is de rand scherper afgetekend
en tot 15 mm. breed. Gemiddeld is de man van de Aru edelpapegaai iets
groter dan de man van de Nieuw-Guinea edelpapegaai.
Pop:
De pop lijkt op die van de Nieuw-Guinea edelpapegaai maar met een iets
lichtere lichaamskleur. De boven- en onderzijde van de staart is bleker
rood en de donkere aanzet aan de basis dijt minder uit. Bij veel vogels
laat de staart aan het uiteinde een oranjegele glans zien. Gemiddeld is
de pop van de Aru edelpapegaai iets groter dan de pop van de
Nieuw-Guinea edelpapegaai.
Herkomst en leefwijze van edelpapegaaien
E. r. aruensis
komt alleen voor op de Aru eilanden.
Edelpapegaaien bewonen oerwouden, gedeeltelijk beboste gebieden,
boomsavannen en mangroven tot op hoogtes van 1000 meter. Ook brengen ze
regelmatige bezoeken aan landbouwgebieden waar ze zich te goed doen aan
de aldaar verbouwde gewassen. Verder laten ze zich nog wel eens zien op
plantages en in plantsoenen. Buiten de broedtijd worden de vogels vaak
alleen gezien of in kleine (familie) groepjes. Vrijwel nooit worden ze
waargenomen in groepen van meerdere vogels. In hun leefgebied voeden ze
zich in hoofdzaak met het vruchtvlees van diverse vruchten (bananen,
papaya, vijgen). Verder bestaat de voeding uit nectar, bessen, zaden,
noten en bloesems van vruchtdragende bomen en struiken. Regelmatig
dringen ze maïsplantages binnen om zich daar tegoed te doen aan het
rijpende maïs.
De voeding van edelpapegaaien
In hun natuurlijke leefomgeving bestaat de voeding van edelpapegaaien in
hoofdzaak uit vruchten, noten, zaden, bessen, bloesems en nectar. Een
volwaardige voeding voor edelpapegaaien in gevangenschap zou grofweg uit
de volgende delen moeten bestaan.
1.
een zaadmengsel voor (edel)papegaaien. Dit dient ongeveer 20% van het
totale menu te omvatten.
2.
een mengsel van kiemzaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in een
verhouding van 1:1:1. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier het eivoer
en het universeelvoer door gemengd worden. Dit deel dient ongeveer 20%
van het totale menu te omvatten.
3.
een mengsel van groenvoer en in kleine stukjes gesneden fruit.
Het fruit dient in kleine stukjes te worden gesneden omdat de vogels er
anders teveel van verspillen! Dit deel dient ongeveer 60% van het totale
menu te omvatten.
Bekend is dat edelpapegaaien relatief veel groenvoer nodig hebben om
gezond te blijven. Afhankelijk van het seizoen kunnen de volgende
groenten gegeven worden: erwten in de schil, rode bieten, spruiten,
witlof, paprika, andijvie, spinazie, korenaren, wortelen, broccoli,
bloemkool en ook onkruidzaden als muur, graszaden, paardebloem, weegbree
e.d. Als fruit komen appels, peer, druiven, sinaasappel, kiwi e.d. in
aanmerking. Verder dient dagelijks grit, maagkiezel en sepia ter
beschikking te staan voor de vogels.
Als er jongen in het nest liggen moet de voeding veel eiwitten bevatten.
Om het eiwitpercentage van het krachtvoer te verhogen kan aan 1 kg.
eivoer een eetlepel (volle) melkpoeder worden toegevoegd en of 250 gram
gekookte (kool)vis.
De huisvesting van edelpapegaaien
Een goed onderkomen voor een kweekkoppel edelpapegaaien is een
buitenvolière met een afmeting van bijvoorbeeld 5 x 1,5 x 2 meter (lxbxh)
en een binnenvolière van 2 x 1,5 x 2 meter (lxbxh). Vanwege de sterke
snavels van de vogels is een metalen volière (bijvoorbeeld van ijzer of
aluminium) omspannen met een zware kwaliteit gaas een vereiste. Ook de
eet- en drinkbakken dienen van metaal te zijn en zodanig geplaatst te
worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien. Voor een goede gezondheid
is het van belang dat de vogels goed kunnen bewegen. Een kleinere
huisvesting als hier boven beschreven is daarom af te raden omdat dit
gemakkelijk leidt tot vervetting van de vogels. Dit is niet alleen
nadelig voor de gezondheid maar ook voor de voortplanting van de vogels.
Kweken met edelpapegaaien in de volière
Nestblok:
Als nestgelegenheid kan het beste een van dik hardhout gemaakte nestkast
gegeven worden. Deze dient een bodemoppervlak te hebben van 25 x 25 cm.
en een hoogte van ca. 80 cm. Het invlieggat dient een doorsnede te
hebben van ongeveer 15 cm. Om de vogels te
helpen bij het in- en uit gaan van het blok is het aan te raden de
binnenzijde van het blok onder het invlieggat te voorzien van een strook
gaas en of krammen. Verder is het aan te bevelen een inspectieluikje aan
te brengen op ongeveer 20 cm. hoogte van het bodemoppervlak. Zorg er
voor dat dit luikje vanaf de buitenzijde van de volière is te openen
zodat de vogels zo min mogelijk gestoord hoeven worden tijdens de
broedperiode. Verder is het verstandig meerdere blokken op te hangen
zodat de vogels een keuze kunnen maken.
Nestmateriaal:
Als nestmateriaal kan een mengsel van houtspaanders met potgrond en of
boshumus in het blok worden aangebracht (laagdikte ca. 10 cm.). Ook
kunnen dikke stukken vermolmd hout gegeven worden. Dit wordt dan door de
vogels geheel stuk geknaagd waardoor een prima bodembedekking in het
nestblok ontstaat.
Kweek:
Edelpapegaaien zijn niet echt aan het broedseizoen gebonden. Net als de
meeste lories kunnen ze op elk tijdstip in het seizoen in broedstemming
komen. Ze zijn op een leeftijd van drie tot vier jaar geslachtsrijp. In
uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een pop al bevruchte
eieren legt op een leeftijd van twee jaar. In het algemeen moet de man
echter minimaal 4 jaar oud zijn, in veel gevallen nog ouder, om een
succesvolle paring uit te voeren. Een man in broedstemming laat een
typische ´bong´ klank horen. Hierbij tikt hij met zijn snavel op de
zitstok en voert de pop. Het paringsritueel gaat vervolgens verder met
ritmische bewegingen van de kop waarbij beide vogels elkaars nek
aanraken. Een pop in broedstemming jaagt achter de man aan om te bedelen
om voer. Als de man hier niet aan toegeeft kan ze behoorlijk agressief
reageren. In een dergelijk geval zal de kweker goed moeten opletten en
daar waar nodig moeten ingrijpen. De pop legt gemiddeld 2 eieren. Tussen
het leggen van de eieren kan een tijdsduur zitten van 2 tot 7 dagen.
Vooral bij koud weer wil het tweede ei nog weleens op zich laten
wachten. Afhankelijk van de weersomstandigheden varieert de broedduur
van 25 tot 28 dagen. De jongen worden kaal geboren en hebben bij de
geboorte een roze huidskleur en gele snavel. De eerste weken ontwikkeld
zich bij de jongen een dikke laag dons die nog dikker wordt als de veren
zich gaan ontwikkelen. Op het moment dat de eerste veren zichtbaar
worden, na 4
á
5 weken, is ook het geslacht te onderscheiden. Jonge edelpapegaaien
vliegen op een leeftijd van 70 tot 80 dagen uit en zijn pas op een
leeftijd van 16 – 18 weken als volledig zelfstandig te beschouwen.
Hoewel er paren zijn die het hele jaar door broeden is het af te raden
dit toe te staan. Om allerlei verstoringen in het broedproces te
voorkomen moeten meer dan twee legsels per jaar niet worden toegestaan.
Bijzonderheden
Doordat er in veel gevallen tussen de soorten weinig uiterlijk verschil
is, zijn in het verleden veel ondersoorten met elkaar verpaard. Helaas
zijn er daardoor nog maar weinig zuivere ondersoorten in avicultuur. Bij
de aanschaf van edelpapegaaien zal daarom kritisch gekeken moeten worden
naar de zuiverheid van de aan te schaffen vogels.
Edelpapegaaien hebben een rustig en vriendelijk karakter en kunnen goed
leren praten. In tegenstelling tot veel andere papegaaien bijten ze
zelden. Het zijn hoogst intelligente dieren die juist daardoor veel
aandacht nodig hebben. Bij het houden van een edelpapegaai als huisdier
moet de vogel buiten zijn (ruime) kamervoliere wel voldoende
bewegingsruimte hebben en zich gedurende langere tijd vrij door het huis
kunnen bewegen. Ze kunnen niet goed over veranderingen in hun directe
omgeving. Vaak zijn ze dan een tijdlang van streek. Bij onraad of als de
vogels schrikken kunnen ze wel een zeer harde alarmroep ten gehore
brengen. Dagelijkse regelmaat is voor deze papegaaien dan ook een eerste
vereiste. In goede gezondheid kunnen ze een leeftijd bereiken van
vijfendertig jaar.
Ook vogels in de volière kunnen behoorlijk luidruchtig zijn.
A. van Kooten.
|