Ondersoorten
Bij deze soort onderscheiden we:
1.
Zwartkop Caique -
Pionites
melanocephala melanocephala
2.
Bleke zwartkop caique -
Pionites melanocephala pallida.
Uiterlijke kenmerken en geslachtsonderscheid
Pionites melanocephala melanocephala
Formaat:
23 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De
enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van
endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
De hoofdkleur is groen. Het voorhoofd, de schedel en de nek zijn zwart.
De teugel en de tekening onder het oog is groen. De wangen, de hals en
de nekband, de dijen en de flanken zijn oranje. De borst en de buik zijn
crème kleurig. De handpennen zijn violetblauw. De staart is aan de
onderzijde olijfgeel en heeft aan de uiteinden een gele punt. De snavel
is zwart. De naakte oogring is donkergrijs. De irissen van de ogen zijn
rood en de poten donkergrijs.
Pionites melanocephala pallida
Formaat:
23 cm.
Ringmaat:
7 mm.
Geslachtsonderscheid:
Tussen beide geslachten is geen uiterlijk waarneembaar verschil. De
enige manier om zekerheid over het geslacht te krijgen is die van
endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek.
Man en pop:
De bleke zwartkop caique lijkt op de nominaatvorm maar alle oranje
gekleurde veervelden zijn bij deze ondersoort geel. De buik en de borst
zijn witachtig van kleur.
Herkomst en leefwijze
De zwartkop caique,
pionites melanocephala
melanocephala,
heeft zijn verspreidingsgebied in het Zuidoosten van Colombia, een groot
deel van Brazilië, het noordoosten en het zuiden van Venezuela, Guyana
en Suriname. De ondersoort pionites
melanocephala pallida
heeft zijn verspreidingsgebied in Zuid Colombia, zuidwaarts tot
Noordoost Peru en Oost- Equator. Ze leven tot op hoogten van 1000 meter
in bosgebieden in het binnenland en langs de kust maar ook bewonen ze
savannen met boombestanden. Buiten de broedtijd leven ze in
familieverband of in groepen van 30 of meer exemplaren bij elkaar. Ze
houden zich hoofdzakelijk op in de kruinen van hoge bomen waar ze zich
te goed doen aan het beschikbare voedsel. Bij onraad vliegen ze luid
krijsend weg.
De voeding van Caiques
Als basis kan aan de vogels een grove zaadmengsel voor parkieten gegeven
worden aangevuld met maïskolven in halfrijpe toestand. Verder walnoten,
zonnebloempitten (met mate), ongebrande pinda's, boekweit, lijnzaad,
haver, witzaad, trosgierst en kiemzaad. Daarnaast mag ook fruit (appel,
sinaasappel, banaan, kiwi, vijgen e.d.) en allerlei groenten en
onkruiden (sla, spinazie, andijvie, wortelen, vogelmuur e.d.) niet op
het menu ontbreken. Ook mag niet vergeten worden de vogels van tijd tot
tijd verse wilgen- en fruittakken te geven. Hier zullen ze de
bladknoppen van eten en de schors zal gebruikt worden voor de bekleding
van het nest.
De huisvesting van Caiques
De volière dient een minimale lengte te hebben van 2,5 meter, een
breedte van 1 meter en een hoogte van ca. 2 meter. Verder moeten de
vogels kunnen beschikken over een goed af te sluiten droog, tocht- en
vorstvrij nachtverblijf. Het nachtverblijf moet ongeveer een afmeting
hebben van 2 x 1 x 2 meter (lxbxh).
Het nachtverblijf dient verwarmd te kunnen worden omdat deze vogels wel
enigszins warmtebehoeftig zijn. Het
is aan te bevelen de temperatuur niet onder de 10
°C te laten komen.
De vogels dienen het gehele jaar door een nestkast tot hun beschikking
te hebben omdat ze hier de nachten in door brengen. Omdat de vogels
graag klauteren, springen en klimmen dienen in de volière klimbomen en
ander klimgerei te worden aangebracht.
Kweken met de zwartkop caique in de volière
Gelijk aan de witbuik caique (
Pionites
leucogaster leucogaster),
zie aldaar.
Bijzonderheden
Gelijk aan witbuik caique (
Pionites
leucogaster leucogaster),
zie aldaar.
A. van Kooten