|
Ondersoorten
Bij de Hahn ara worden drie ondersoorten onderscheiden, te weten:
-
Hahn ara -
Diopsittaca nobilis nobilis
-
Blauwvoorhoofdara -
Diopsittaca nobilis cumanensis
-
Langvleugelblauwvoorhoofdara*
-
Diopsittaca nobilis longipennis
* omstreden ondersoort.
Uiterlijke kenmerken en geslachtsonderscheid
Diopsittaca nobilis
nobilis
Formaat:
30 cm. groot.
Ringmaat:
8 mm.
Geslachtsonderscheid:
Man en pop zijn uiterlijk gelijk. De man heeft vaak een bredere snavel
en een wat grotere en plattere kop. Ook is de man vaak iets forser van
formaat. Toch is de enige zekerheid om achter het geslacht van de vogels
te komen een endoscopisch- en of een DNA onderzoek.
Man en pop:
De hoofdkleur is groen. Het voorhoofd en het voorste deel van de schedel
zijn donkerblauw. De vleugelbocht en de grote ondervleugeldekveren zijn
rood. De buitenvlag van de buitenste handpennen zijn blauw. De veren aan
de onderzijde van de staart en vleugels zijn olijfgeel. De onbevederde
huid van de teugels en het gebied rondom de ogen is wit. De snavel is
donkergrijs, de irissen van de ogen bruinrood en de poten donkergrijs.
Diopsittaca nobilis
cumanensis
Formaat:
33 cm.
Ringmaat:
8 mm.
Geslachtsonderscheid:
Man en pop zijn uiterlijk gelijk. De man heeft vaak een bredere snavel
en een wat grotere en plattere kop heeft. Ook is de man vaak iets forser
van formaat. De enige zekerheid om achter het geslacht van de vogels te
komen blijft echter een endoscopisch- en of een DNA onderzoek.
Man en pop:
D. n. cumanensis lijkt
veel op
D.
n. nobilis
maar is met zijn 33 cm. iets groter van formaat. Verder is de
bovensnavel licht hoornkleurig met een zwarte punt.
Diopsittaca nobilis
longipennis
Formaat:
35 cm. groot.
Ringmaat:
8 mm.
Geslachtsonderscheid:
Man en pop zijn uiterlijk gelijk. De man heeft in algemene zin vaak een
bredere snavel en een wat grotere en plattere kop heeft. Ook is de man
vaak iets forser van formaat. Zekerheid over het geslacht wordt echter
alleen maar verkregen door een endoscopisch- en of een DNA onderzoek.
Man en pop:
D. n. longipennis
lijkt veel
D. n.
cumanensis
maar is iets groter, namelijk 35 cm.
Herkomst en leefwijze
D.
n. nobilis
komt voor in Venezuela, Guyana, Suriname, Frans-Guyana en Brazilië.
D. n. cumanensis
heeft zijn verspreidingsgebied in Brazilië en op de grens met Peru en
Bolivia.
D. n. longipennis
komt alleen voor in Brazilië.
De vogels van dit geslacht worden vaak aangetroffen in gebieden met
Buriti-palmen. Verder leven ze in bossen en gebieden met doornig
struikgewas. Ten noorden van de Amazone zijn de vogels te vinden in
moerasachtige gebieden en savannen. Hun voedsel bestaat uit zaden, noten
en vruchten van o.a. palmbomen. Nestelen doen ze in holten van bomen,
vooral van palmbomen.
De voeding van Hahn (dwerg)ara’s
De dagelijkse voeding voor ara’s dient
grofweg uit drie (gelijke) delen te bestaan:
-
een goed zaadmengsel voor papegaaien aangevuld met diverse soorten
(hele) noten, o.a walnoten, amandelen, hazelnoten en paranoten,
echter niet meer dan 4 dopnoten per vogel per dag.
-
een mengsel van gekiemd zaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in
een verhouding 2:2:1. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier het
eivoer en het universeelvoer door gemengd worden. Verder is het
verstandig twee keer per week, ondanks dat de vogels er ook vrij
over moeten kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en
oesterschelpengrit door het kiemzaad te mengen.
-
een mengsel van fruit (appel, peer, sinaasappel) en groenvoer (o.a.
wortel, tomaat, witlof e.d.).
Ook
kan bijvoorbeeld 2 keer per week een nat gemaakt en uitgekneed snee
bruinbrood gegeven worden. Verder dienen de vogels dagelijks vers
drinkwater aangeboden te krijgen waaraan eenmaal per week een
mutivitamine kan
worden toegevoegd. In de periode dat er jongen zijn dient de dagelijkse
hoeveelheid voedsel sterk verhoogd te worden. Door de voedselbehoefte
van de jongen eten de oudervogels dan een veelvoud van wat ze buiten de
broedtijd eten.
Huisvesting van Hahn(dwerg) ara’s
Ara’s kunnen het beste ondergebracht worden in een ruime volière van
minimaal 5 meter lang, 3 meter breed en ongeveer 2,5 meter hoog. Verder
is het van belang dat de vogels kunnen beschikken over een te verwarmen
nachtverblijf. Hoewel een ruime huisvesting de voorkeur heeft worden er
ook goede broedresultaten behaald in binnenvolières van bijvoorbeeld
2,00 x 2,50 x 2,00 meter hoog. Omdat vrijwel niets opgewassen is tegen
de sterke snavels van deze vogels is een metalen volière (bijvoorbeeld
van ijzer of aluminium) omspannen met een zware kwaliteit gaas een
vereiste. Erg geschikt is het zogenaamde golfgaas, draaddikte 4 mm,
maaswijdte 50 mm. Ook bouwmatten van ongeveer dezelfde draaddikte en
maaswijdte zijn goed bruikbaar.Ook de eet- en drinkbakken dienen van
ijzer te zijn en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet
kunnen omgooien.
Kweken met de Hahn (dwerg)ara
Nestblok:
Het nestblok dient een bodemoppervlak te hebben van 25 x 25 cm en een
hoogte van ca. 65 cm. Het invlieggat moet een diameter hebben van 9 cm.
Het nestblok dient bij voorkeur dikwandig (2,5 cm) en van hardhout te
zijn. Verder verdient het aanbeveling om in de achterwand een
inspectieluikje aan te brengen op een hoogte van ca. 15 cm. boven het
bodemoppervlak. Zorg er voor dat het inspectieluikje buiten de volière
geopend kan worden zodat zo weinig mogelijk verstoring plaats vindt
tijdens het broedproces.
Nestmateriaal:
Als nestmateriaal kan een dikke laag (ca. 10 cm.) houtkrullen vermengd
met potgrond en of boshumus op de bodem van het nestblok worden
aangebracht. Ook kan een dik stuk vermolmd hout gegeven worden. Dit
wordt dan door de vogels geheel stuk geknaagd waardoor een prima
bodembedekking in het nestblok ontstaat.
Kweek:
Door het kleiner formaat van de vogel kan volstaan worden met een iets
geringere afmeting van de volière. De minimale afmetingen bedragen dan
ongeveer 3 meter lang, 1 tot 1,5 meter breed en een hoogte van 2 meter.
Net als bij de hierboven behandelde ara’s moet het aangrenzende
nachtverblijf verwarmd kunnen worden. Het verdient verder aanbeveling om
het aangeboden nestblok het gehele jaar door te laten hangen. De pop
legt 3 tot 4 eieren die alleen door haar worden bebroed. Na het leggen
van het eerste ei duurt het ongeveer 26 dagen voor het uitkomt. De
jongen zijn bij de geboorte voorzien van een geringe grijswitte
donsbevedering. Na ongeveer 11 weken vliegen ze uit om daarna nog
geregeld terug te keren in het nestblok.
Bijzonderheden
De pop broedt zeer vast en verdedigt samen met de man fel krijsend hun
territorium en de jongen. Nestcontrole is daardoor zeer moeilijk. Het
verdient daarom aanbeveling het inspectie luikje van het broedblok
zodanig te plaatsen dat deze zonder het verblijf te betreden is te
openen. De jongen lijken erg op de oudervogels maar zijn nog te
herkennen aan de oranje schouderbevedering. Deze is bij de oudervogels
rood.
A. van Kooten
|